dinsdag 24 april 2018

Les 30 – God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest. -deel 3


3. Het idee van vandaag moet de hele dag zo vaak mogelijk worden toegepast. Wanneer je maar even een moment hebt, herhaal het dan langzaam voor jezelf, terwijl je om je heen kijkt en probeert te beseffen dat het idee voor alles geldt wat je nu ziet of nu zou kunnen zien, als het zich in je gezichtsveld bevond.

Jezus herinnert ons opnieuw aan het veralgemenen en om, in onze toepassing van de lessen, niets uit te sluiten want onthoud dat eens je gelooft dat er een rangorde in illusies is, dan bevestig je hiermee dat de afscheiding en verschillen werkelijk zijn. De enige werkelijkheid echter is de Verzoeningsgedachte in onze denkgeest. Alles in deze wereld wordt dan als hetzelfde gezien omdat alle dingen hetzelfde doel van vergeving delen.

4. Ware visie is niet beperkt tot begrippen als ‘dichtbij’ en ‘veraf’. Om je aan dit idee te helpen wennen, moet je bij het toepassen van het idee van vandaag proberen zowel aan dingen te denken die buiten je huidige blikveld liggen als aan dingen die je daadwerkelijk kunt zien.

Hier zien we hoe Jezus heel subtiel het idee aanreikt dat de gedachte van vandaag niet alleen van toepassing is voor wat we fysiek met de ogen zien, maar ook voor wat we denken, voor wat we in onze gedachten zien en wat we 'werkelijk’ zien. Nogmaals, echte visie heeft niets te maken met het fysieke. Visie is niet van toepassing op wat we fysiek waarnemen (zien, horen, voelen, aanraken, of wat dan ook) maar op wat we denken. Herinner je dat er geen verschil is tussen wat we denken en wat we zien. Het is slechts door deze waarheid te aanvaarden dat het inzicht ontstaat dat zal leiden tot een ervaring van onze éénheid, een éénheid die enkel in de geest kan bestaan aangezien lichamen van elkaar gescheiden zijn. Zoals Jezus ons in de tekst hieraan herinnert: ‘Denkgeesten zijn met elkaar verbonden, lichamen niet.’ (T. 18. VI. 3:1)

(5:1-2) Ware visie wordt niet alleen niet door ruimte en afstand beperkt, maar is ook allerminst op de ogen van het lichaam aangewezen. Haar enige bron is de denkgeest.

We kunnen geen duidelijker uitspraak krijgen dan deze. Jezus heeft het hier niet over wat we waarnemen omdat we altijd een of andere vorm van afscheiding zien wat wil zeggen dat wat we zien afkomstig is van een afscheidingsgedachte uit onze denkgeest, een gedachte die als zodanig dus onjuist is: niets zo verblindend als de waarneming van vorm (T. 22. III. 6:7) en een regel die we regelmatig zullen aanhalen: En alhoewel het niet specifiek vernoemd wordt in deze les staat de gedachte om ons voor hulp tot Jezus of de Heilige Geest te wenden, centraal in onze training van Een Cursus in Wonderen. Door ons van God af te scheiden zien we ons ook afgescheiden van Jezus of van de Heilige Geest en zien we onze afgescheiden staat aan als onze werkelijkheid. Alles wat we vanuit dat standpunt denken, zien of geloven is als gevolg hieraan dus ook verkeerd. Daarom gaat er ook zoveel angst gepaard met het doen van deze Cursus. Het begint ons geleidelijk aan te dagen dat we verkeerd zijn over wat we denken, waarnemen en oordelen over onszelf en over alle anderen.

(5:3-4) Om je te helpen ook meer aan dit idee gewend te raken, moet je er verscheidene oefenperioden aan wijden het idee van vandaag met gesloten ogen toe te passen, waarbij je elk onderwerp dat maar in je denkgeest opkomt gebruikt en in plaats van naar buiten naar binnen kijkt. Het idee van vandaag geldt voor beide evenzeer.

Het antwoord waarom het idee van vandaag tegelijkertijd toegepast wordt op wat binnenin is als wat buiten ons is, is omdat er niets buiten ons is. Wat buiten ons lijkt te zijn is slechts een projectie van onze gedachten. Of we nu naar onze gedachten buiten ons of onze gedachten binnen in onze denkgeest kijken maakt geen verschil uit. Het blijven gedachten. Deze twee lessen zijn vrij duidelijk over het ontstaan van alles in onze denkgeest. Dit staat in directe verbinding met wat in de tekst wordt beschreven en reeds in deze lessen gezien gebben: ideeën verlaten hun bron niet. Het idee, de gedachte van een afgescheiden wereld, relatie en lichaam heeft nooit zijn bron in de denkgeest verlaten. Alles wat we waarnemen zijn onze geprojecteerde gedachten. Het enige wat dus belangrijk is, is in contact komen met de bron van deze gedachten, het ego of de Heilige Geest. Dit is het ultieme doel van deze oefeningen en van Een Cursus in Wonderen zelf.

zaterdag 21 april 2018

Les 30 – God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest. -deel 2


(2:3) In plaats daarvan proberen we in de wereld te zien wat zich in onze denkgeest bevindt en wat we willen zien is er ook.

De kerngedachte is “wat we willen zien bevindt zich daar.’ Zoals in de tekst staat:

Waarneming lijkt jou te onderwijzen wat jij ziet. Toch getuigt ze slechts van wat jij onderwezen hebt. Ze is de uitwendige weergave van een wens; een beeld waarvan jij wilde dat het waar was. (T. 24. VII. 7:8-10)

Onze onbewuste wens is de afscheiding in stand te houden maar de verantwoordelijkheid ervoor in een ander te zien. ‘Een beeld waarvan jij wilde dat het waar was’ is dat de schuld in de ander is. Dus zegt het ego: schuld is werkelijk, maar wij willen dit niet herkennen. Door ons ervan te overtuigen om de schuld in de denkgeest niet te herkennen hoopt het ego dat we nooit zullen kijken naar de liefde die ook in onze denkgeest aanwezig is. In de tekst zegt Jezus dat er maar twee emoties zijn: liefde en angst, de ene hebben we zelf gemaakt, de andere is ons gegeven (T. 13. V. 10:1). De emotie van angst, die werkelijk dezelfde is als schuld, is wat we gemaakt hebben om de liefde te verbergen die God ons gegeven heeft. We moeten deze schuld herkennen om er aan voorbij te kunnen gaan en ons zo te identificeren met de liefde die er ook is. Dit is natuurlijk totaal verschillend van hoe het ego te werk gaat, namelijk de schuld werkelijk te maken en ons dan doen beloven dat we er nooit meer naar om zullen kijken. Het vertelt ons de schuld enerzijds in onszelf te herkennen, maar er ons van af te maken door deze schuld in iemand anders te zien. Het ego vertelt er ons echter niet bij dat dit plan niet zal werken omdat de schuld in onze denkgeest blijft ondanks onze koortsachtige pogingen dit te verloochenen. Dit alles wordt in de tekst vrij duidelijk uitgelegd:

De uiteindelijke bedoeling van projectie is steeds: schuld kwijtraken. (T. 13. II. 1:1).

Maar ga eens na wat een merkwaardige oplossing de regeling van het ego is. Je projecteert schuld om die kwijt te raken, maar in feite stop je die alleen maar weg. Je ervaart de schuld wel, maar je hebt er geen idee van waarom. (T. 13. II. 2:1-3)

In elke vereniging met een broeder waarin jij probeert hem met jouw schuld te beladen, of die met hem te delen, of die van hem te zien, zal jij je schuldig voelen. (T. 13. X. 3:1)

Je zult in die relatie schuld zien doordat jij die daarin hebt gelegd. Het is onvermijdelijk dat zij die onder schuld gebukt gaan, zullen proberen die af te schuiven, omdat zij er wel degelijk in geloven. Maar ofschoon ze eronder lijden, zullen ze niet naar binnen kijken en die loslaten. (T. 13. X. 3:3-5)

Hun voornaamste bekommernis bestaat eruit de bron van schuld buiten zichzelf te zien, buiten hun eigen controle. (T.13. X. 3:7)

Wanneer we de leiding van het ego volgen dan putten we onze ervaring uit een raamwerk van tientallen jaren ervaring en bevestigen overtuigend dat de schuld in al die anderen is. Bovendien hebben we alle bewijzen die nodig zijn om dat te rechtvaardigen. We vertellen hoe zij ons misbruikt en misleidt hebben of hoe zij anderen met wie we ons als slachtoffer identificeren misbruikt en misleidt hebben. En we zijn er absoluut zeker van dat onze conclusies juist zijn. Daarom is Een Cursus in Wonderen zo moeilijk en beangstigend. Keer op keer vertelt Jezus ons dat we verkeerd zijn, dat ‘God anders denkt’. (T. 23. I. 2:7) Maar wij zijn er zeker van dat Hij verkeerd is en dat wij het bij het juiste eind hebben!

(2:4-5) Zodoende proberen we ons te verbinden met wat we zien, in plaats van het van ons af te houden. Dat is het fundamentele verschil tussen visie en de manier waarop jij ziet.

De manier waarop wij kijken, nogmaals is door of problemen of plezante voorwerpen buiten ons te zien. Zelfs als het erop lijkt dat we ons met anderen willen verenigen, doen we dit om de illusie te hebben dat we ons verenigen zodat we onze speciaalheid kunnen projecteren. Gezien vanuit visie echter zien we onszelf niet langer als afgescheiden van iedereen. Vroeg in het Handboek der Leraren maakt Jezus een heel belangrijke opmerking: de eigenschappen van een leraar van God bestaan erin zijn belangen niet los van die van iemand anders te zien (HvL. 1. 1:2). Die visie kan slechts beginnen door onze belangen niet apart te zien van die van de Heilige Geest of van Jezus. Onze belangen zijn afgescheiden, want als wij ons met Hen verenigen verdwijnt onze ego-individualiteit en speciaalheid. Dus moeten we hen op afstand houden net zoals we met God doen. Gesteund op deze dynamiek van afscheiding, scheiden we ook onze schuld af, projecteren deze op anderen die we nu dus als afgescheiden van ons zien. Visie is precies het tegenovergestelde en ziet alle mensen als een en hetzelfde, via een weerspiegeling van onze inherente eenheid als Christus.
Het radicale aan het denksysteem van Een Cursus in Wonderen is dat Jezus niet spreekt over het brein of het lichaam maar enkel over de denkgeest, die niet gezien of aangeraakt kan worden omdat het zich voorbij onze zintuigen bevindt, niet fysiek of definieerbaar.


(wordt vervolgd)

donderdag 19 april 2018

Les 30 – God is in alles wat ik zie, want God is in mijn denkgeest. – deel 1


Dit is ook een heel belangrijke les omdat hierin uitgelegd wordt waarom God in alles is wat ik zie, omdat Hij in mijn denkgeest is. Het gaat dus niet om dat wat we buiten ons waarnemen, maar wat in onze denkgeest is, hoe we interpreteren. Daarom kan ‘denken’ vervangen worden door ‘zien’ omdat onze ogen ons niets anders weergeven dan de weerspiegeling van ons denken. Projectie maakt perceptie. Deze les moet bijdragen aan ons begrip en ervaring van onze projecties, de verdediging bij uitstek van het ego om onze schuld te behouden en dat onder het mom dat we hiervan loskomen.

1. Het idee voor vandaag is de springplank naar visie. Vanuit dit idee zal de wereld voor jou opengaan en je zult naar haar kijken en in haar zien wat je nooit eerder hebt gezien. En wat jij vroeger zag, zal dan zelfs niet eens vagelijk zichtbaar voor je zijn.

Dit is een onderwerp dat in deze cursus meerdere keren herhaald wordt: wanneer onze denkgeesten ontwaakt zijn en we met de liefde van Jezus kijken zal alles wat we voorheen zagen, verdwijnen. Onze oordelen tegenover anderen en tegenover onszelf, onze vreemde manier om naar een gebeurtenis te kijken, het zal allemaal verdwijnen. Door deze nieuwe manier van denken en zien te versterken zullen onze oordelen, die verdedigingen zijn tegen de waarheid van de werkelijkheid van onze broeders, geleidelijk aan vervagen om uiteindelijk volledig te verdwijnen. Dit is de betekenis van wat Jezus ons hier zegt. Het is enerzijds makkelijk in te zien waarom deze ideeën ons bang kunnen maken, maar het is niet alleen onze oordelen, onze verdraaide waarnemingen en ons denken dat zal verdwijnen, maar wij, zoals we onszelf als wezen altijd hebben gekend, zullen eveneens verdwijnen.

Het is de ware betekenis van verdedigingsloosheid: zijn zonder verdedigingen. Het ego zal pogingen ondernemen om ons ervan te overtuigen dat wij ons moeten verdedigen om ons te beschermen tegen pijn of dat nu van binnenin of van buiten uit is veroorzaakt. En het ego geeft ons geen toegang tot zijn geheim: dat zijn volledige verdedigingsstructuur erop gericht is als een bescherming tegen God.
We leren begrijpen hoe ieders leven, zeker bij volwassenen, gebouwd is als een verdediging tegen de pijn en leed van onze kinderjaren. Maar we kwamen op de wereld zodat we ons als kind slachtoffer konden voelen, want dat is de reden om hier in de wereld geboren te worden zoals ik reeds besproken heb in de inleiding. Ons hele leven, gezien vanuit het standpunt van het ego, is gebouwd als een verdediging om ons te beschermen tegen die niet te ontkennen waarheid die we over de wereld – en dan vooral onze persoonlijke wereld - aangenomen hebben: ik kan mijn moeder niet vertrouwen, ik kan mijn vader niet vertrouwen, ik kan vrouwen niet vertrouwen, ik kan mannen niet vertrouwen, ik kan mijn lichaam niet vertrouwen, ik kan de autoriteiten niet vertrouwen, enz., enz., enz. In ieders leven zijn deze conclusies gerechtvaardigd omdat ons script, zoals we reeds gezien hebben, speciaal geschreven is om onze gevoelens over het oneerlijk behandeld zijn, te rechtvaardigen. Eens ons slachtofferschap voor waar is aanvaard bouwen we muur boven muur als verdediging om ons te beschermen tegen ingebeelde pijnen, verachting en de pijn uit onze kinderjaren en jeugd. Het is inbeelding want het is er in het geheel niet en is er in feite nooit geweest want het maakt deel uit van onze droom. Het is daarom nodig te leren met de ogen van Jezus naar deze waarheid kijken zodat we ons kunnen realiseren dat het allemaal verzonnen is.

Er bestaat werkelijk geen enkele rechtvaardiging om verdedigingsmuren te bouwen gezien onze problemen onlosmakelijk verbonden zijn met het onbestaande. Dat is de waarheid die we vrezen. De betekenis van ons leven is het overleven van deze vernietigende aanval van de harde, wrede, gevoelloze, ongevoelige en verdorven wereld. En het is onmiskenbaar dat de wereld wreed, gevoelloos en verdorven is omdat dit de reden is waarom ze gemaakt werd: de wereld is gemaakt als een aanval op God (W. deel II. 3.2:1) Ons bestaan is gebaseerd op een waarheid waarvan we denken dat dit de werkelijkheid is. We willen niet dat men ons vertelt dat er een andere manier van kijken is want het is duidelijk dat Jezus het niet heeft over een andere manier om naar een tafel te kijken. Dat is slechts bedoeld als een oefening om ons te helpen bewust te worden dat er een andere manier is om naar onszelf te kijken. Nogmaals, wanneer je deze lessen oefent, er dieper op ingaat en erover nadenkt, probeer dan in contact te komen met de angst die naar boven komt wanner je begrijpt wat ze willen zeggen. Het kan behulpzaam zijn om achterom te kijken en te zien hoe je leven opgebouwd is als een verdediging tegen dat wat jij denkt dat het probleem is: hoe te overleven in een hardvochtige wereld. Jezus leert ons dat er een andere manier van kijken is tegen absoluut alles, maar er staat een prijs tegenover deze visie: ons ‘geslachtofferde’ zelf dat ondersteund wordt door een levenslange opeengestapelde verdediging wordt vervangen door een zelf dat werkelijk verdedigingsloos kan zijn, ‘beschermd’ door de onschuld die een weerspiegeling is van de Hemelse zondeloosheid.

(2:1-2) Vandaag proberen we een nieuw soort ‘projectie’ te hanteren. We proberen ons niet te ontdoen van wat we niet prettig vinden door het buiten ons te zien.

Jezus heeft het hier over uitbreiding - deel van de dynamiek van het naar binnen kijken - en welke invloed dit heeft op wat we buiten ons zien. Met projectie zien we onze zondigheid en schuld, oordelen hierover en projecteren op anderen. We ontdoen ons van dat wat we binnenin ons niet leuk vinden. Dat is letterlijk hoe de wereld gemaakt is. In een regel die we in les 161 kunnen lezen zegt Jezus: zo werden specifieke vormen gemaakt. We maakten een wereld van specifieke dingen zodat we iets of iemand zouden hebben op wie we onze schuld, die we zelf niet willen, kunnen projecteren.
Jezus leert ons hier ‘een nieuw soort projectie’ (uitbreiding) waarin we de liefde nemen die we eerst binnenin hebben gezien - de liefde van Christus die we zijn, gerelateerd aan de liefde van Jezus – en die we uitbreiden zodat we die overal om ons heen kunnen zien. Belangrijk hier is dat we de liefde niet als afgescheiden van ons zien, iets wat wel het geval is als we onze schuld projecteren waardoor we de schuld wel in iemand anders dan in onszelf moeten zien, inherent aan het doel van projectie. 

De liefde van Christus, die eerst binnenin ons is gezien, wordt nu in iedereen ervaren ongeacht de sluiers van angst en haat die onbewust gebruikt worden om haar te verbergen. Nogmaals, we ervaren deze liefde in alles omdat we het eerst in onszelf hebben ervaren.

De verandering waar Jezus over spreekt is de verandering naar ons juist-gericht denken, van een projectie van schuld van het ego naar de uitbreiding van vergeving van de Heilige Geest - de sleutel voor het toepassen van Een Cursus in Wonderen.

(wordt vervolgd)

maandag 16 april 2018

Les 29. – God is in alles wat ik zie


(1) Het idee voor vandaag verklaart waarom je in elk ding de totale bedoeling kunt zien. Het verklaart waarom niets afgezonderd is, op zichzelf of in zichzelf. En het verklaart waarom niets wat jij ziet iets betekent. In feite verklaart het elk idee dat we tot nu toe gehanteerd hebben en ook alle volgende. Het idee van vandaag vormt de algehele basis voor visie.

Zoals we ook in de volgende les zullen zien heeft visie absoluut niets te maken met de ogen van het lichaam, maar met een staat van bewustzijn of houding. Meer bepaald verwijst visie naar onze keuze voor Jezus als onze leraar om nu door zijn ogen kijken. We worden onderwezen dat het innerlijke en het uiterlijke hetzelfde zijn. Daarom is wat we buiten ons zien niets meer dan een schaduw van datgene wat we eerst binnen in ons hebben waargenomen. Wanneer Jezus zegt ‘God is in alles wat ik zie.’, dan bedoelt hij hiermee dat God in alles is wat ik denk, want zien en denken zijn hetzelfde: percepties komen voort uit gedachten en blijven hier als één mee verbonden. De basis dus voor visie is het doel zien van God. Ik zie vergeving in alles wat ik zie omdat ik het ego ontslag heb gegeven als mijn leraar en Jezus heb ingehuurd. We kunnen dus deze twee stellingnames samenvoegen: ‘Neem nu ontslag als je eigen leraar … want je werd slecht onderwezen.’ (T. 12. V. 8:3 – T. 28. I. 7:1). Vanuit dit standpunt gezien is alles wat ik waarneem, denk en voel nu het tegenovergestelde van wat het is geweest vóór ik Jezus als mijn leraar had gekozen.

(2:1-3) Je zult dit idee waarschijnlijk op dit moment erg moeilijk te vatten vinden. Misschien vind je het gek, oneerbiedig, onzinnig, grappig of zelfs aanstootgevend. Inderdaad, God is niet in bijvoorbeeld een tafel zoals jij die ziet.

We vinden dit moeilijk omdat we denken dat een tafel inderdaad afgescheiden is van onze lichamen en dat het werkelijk onze ogen zijn die dit waarnemen; de illusoire versie van de wereld omtrent zien. In die zin kan God niet in die tafel zijn, want er is geen tafel. Nogmaals wat hier belangrijk is, is dat Jezus de nadruk verlegt van wat we buiten ons waarnemen naar wat we binnen in ons waarnemen. De focus van zijn onderricht ligt op de manier hoe wij zien – op onze gedachten – en dit heeft enkel te maken met de gids waarvoor we kiezen.

Mocht het toevallig voor de student die de lessen voor het eerst doet nog niet opgevallen zijn hoe radicaal anders het onderricht van Jezus hier is, dan zal dit in deze twee lessen duidelijk naar voren komen.

Een Cursus in Wonderen is niet te vergelijken met wat over het algemeen in andere spirituele disciplines wordt onderwezen. Het radicale ervan is gesteund op de onderliggende metafysica die zegt dat de wereld een illusie is. Daarom is wat we hier waarnemen en denken in het geheel niet werkelijk. Als gevolg hiervan is het zo dat de echte activiteit zich niet voordoet in ons lichaam of in de wereld, maar in onze denkgeest. Dit wordt in deze lessen duidelijker naar voren gebracht dan in de lessen hiervoor.

(2:4) Toch beklemtoonden we gisteren dat een tafel in de bedoeling van het universum deelt.

Het doel hiervan is dat er een voorwerp buiten ons schijnt te verschijnen waar wij de gedachten van onze egodenkgeest op projecteren. Met Jezus als onze leraar kijken we nu naar wat we waarnemen en zien dit anders. Vergeving brengt het bewust worden met zich mee dat wat we buiten ons waarnemen de spiegel is van datgene wat we eerst binnenin voor echt hebben aanvaard. Het is daarom, om met de enige omschrijving van de Cursus te spreken – dat we onze broeders vergeven voor wat zij ons niet hebben aangedaan; zij hebben ons niets aangedaan in die zin dat zij de macht zouden hebben om onze vrede van ons af te nemen. Wat dus moet vergeven worden zijn onze gedachten van schuld, geboren uit het geloof dat wij ons van de vrede hebben afgescheiden en het is die schuld die we op anderen projecteren.

(2:5) En wat in de bedoeling van het universum deelt, deelt in de bedoeling van de Schepper daarvan.

Jezus gebruikt hier de woorden universum en Schepper op een informele manier – een ander voorbeeld van het informele taalgebruik van de Cursus – omdat hij het hier duidelijk over het fysieke universum heeft. Maar God kan niet de Schepper van het fysieke zijn, zoals doorheen de hele Cursus in Wonderen duidelijk wordt gemaakt. Wanneer je deze regels letterlijk neemt dan ruk je de haren uit het hoofd omdat ze exact het tegenovergestelde lijken te zijn van wat Jezus elders onderwijst. Je moet de inhoud van wat hij je onderwijst begrijpen in plaats van tot in detail de vorm te analyseren en hierover te redetwisten. Hier komen we nog op terug.

(3:1) Probeer er dan vandaag een begin mee te maken te leren hoe jij met liefde, waardering en een open denkgeest naar alle dingen kunt kijken.

Wanneer je Jezus als jouw leraar kiest dan zal jij je met liefde identificeren en wat je buiten je zal zien zal of een uitdrukking zijn van liefde of een roep om liefde. Je kijkt respectvol naar de wereld, in het bijzonder naar je speciale relaties, omdat zij je de kans bieden je te leren vergeven en daardoor je ego ongedaan te maken. ‘Open van denkgeest zijn’ betekent dat je denkgeest niet langer afgesloten is voor de waarheid van de Heilige Geest. Wanneer we voor het ego als onze leraar kiezen en de Heilige Geest ontslaan, dan is onze denkgeest afgesloten voor Zijn waarheid. De ‘openheid van denken’ zoals besproken wordt in de tiende eigenschap van een leraar van God in het Handboek voor Leraren (HvL. 4. X) wil zeggen dat onze denkgeest open staat voor de liefde van Jezus. Er is geen vertekend beeld in ons denken, wat op zijn beurt wil zeggen dat er geen vertekening is in onze perceptie. Wat we zien en horen is afkomstig van liefde in plaats van het waarnemen van deze voorwerpen met ego beladen gedachten.

(3:2-4) Je ziet ze nu niet (d.w.z. je ziet de dingen niet zoals ze werkelijk zijn) Weet je wel wat ze bevatten? Niets is zoals het zich aan jou voordoet.

Dit is weer zo’n zin die, wanneer je hier even rustig bij stil staat en er diep over nadenkt, jou bijzonder onrustig kan maken. Wanneer je niets ziet zoals het is – ‘niets zoals het aan jou verschijnt’- en alles wat je waarneemt niet juist is dan moet de manier waarop jij jezelf waarneemt ook verkeerd zijn. Al jouw gedachten over alles zijn onjuist.

(3:5-6) De heilige bedoeling ervan ligt achter jouw beperkte horizon. Zodra visie jou de heiligheid getoond heeft die de wereld verlicht, zal je het idee van vandaag volmaakt begrijpen.

Dit refereert naar les 15, het idee om lichtranden rond voorwerpen te zien. Jezus zegt hier heel duidelijk, net zoals in de les die we reeds bestudeerd hebben, dat hij het niet heeft over aura’s of enige vorm van een extern licht. Hij heeft het hier over een andere manier van kijken, een visie die gebaseerd is op het licht van de waarheid, een nieuw begrip dat komt wanneer we voor hem hebben gekozen in plaats van voor de verdraaiing van het ego – ‘jouw beperkte horizon’.
(3:7) En je zult niet begrijpen hoe je het ooit moeilijk hebt kunnen vinden.
Iedereen heeft ooit wel eens een dergelijke ervaring gehad: wanneer voor een ogenblik onze geest helder is, wanneer gedachten van schuld en oordeel weg zijn en we de liefde van Jezus in ons voelen en alles wat Een Cursus in Wonderen zegt kristalhelder wordt. Wanneer we angstig worden als we ons de gevolgen realiseren van het feit dat Jezus gelijk heeft en wij verkeerd zijn, sluit onze denkgeest zich weer af en worden visie en waarneming weer omgebogen.

De laatste twee alinea’s herhalen de gebruikelijke instructies:

(4) Onze oefenperioden, zes maal twee minuten vandaag, dienen een inmiddels bekend patroon te volgen: begin met het idee voor jezelf te herhalen en pas het dan toe op willekeurig gekozen voorwerpen om je heen, die je elk specifiek bij name noemt. Probeer de neiging te onderdrukken de keuze zelf te sturen, wat in verband met het idee van vandaag bijzonder aanlokkelijk kan zijn, omdat het je zo volkomen vreemd is. Vergeet niet dat elke rangorde die jij oplegt, even vreemd is aan de werkelijkheid.
Deze eenvoudige instructie weerspiegelt een dieper standpunt. Onze angst om onze egodroom van illusie te verlaten om vervangen te worden door de waarheid is zo groot dat we sterk in de verleiding komen om de waarheid naar de illusie te brengen. Een vorm van deze verleiding is denken dat we begrijpen wat ons geleerd wordt en waarom deze oefeningen zo gemaakt zijn. Dus proberen we ons eigen vertrouwde denksysteem te leggen op de ‘volkomen vreemde aard’ waarbij we onbewust, maar met groot vernuft, het doel en onderricht van Een Cursus in Wonderen verloochenen.

De laatste alinea voorziet ons van voorbeelden in onze vrijheid van ‘zelfgekozen keuzes’:

(5:1) Je lijst van voorwerpen moet daarom zoveel mogelijk vrij zijn van zelfgemaakte keuzes. Een geschikte lijst kan bijvoorbeeld bevatten:
God is in deze kleerhanger.
God is in dit tijdschrift.
God is in deze vinger.
God is in deze lamp.
God is in dat lichaam.
God is in die deur.
God is in die prullenmand.

Zowel de ‘belangrijke’ als de ‘onbelangrijke’ opgesomde voorwerpen: vinger, lichaam, kleerhanger, tijdschrift, lamp en papiermand (5:3-9). Tenslotte geeft Jezus ons een hint over het wonderlijke effect van ons leren, de vrede die voorbij onze angst ligt.

(5:10-11) Herhaal het idee voor vandaag, naast de aangegeven oefenperioden, minstens eenmaal per uur, terwijl je langzaam om je heen kijkt en de woorden zonder haast voor jezelf uitspreekt. Je zou, terwijl je dit doet, minstens een of twee keer een vredig gevoel moeten ondervinden.

Het is het verlangen naar dit ‘vredig gevoel’ waar in de tekst naar verwezen wordt als het vinden van ‘het rustige centrum’ in je denken (T. 18. VII.8), die ons de motivatie biedt om deze lessen te oefenen en de boodschap van Een Cursus in Wonderen te leren.

zaterdag 14 april 2018

Les 28 - Ik wil niets liever dan de dingen anders zien.


(1) Vandaag geven we in wezen een concrete toepassing aan het idee van gisteren. In deze oefenperioden zal je een reeks uitgesproken verbintenissen aangaan. De vraag of je die in de toekomst zult naleven is nu niet onze zorg. Als je tenminste bereid bent ze nu aan te gaan, ben je op weg om ze na te komen. En we staan nog altijd pas aan het begin.

De fundamentele inzet is aan te tonen dat onze hele identiteit berust op een leugen of om het op een minder dreigende toon te zeggen dat wij ons zouden realiseren dat wij verkeerd zijn en dat Jezus gelijk heeft: dat er een andere manier is om naar de wereld te kijken. Nogmaals, Jezus oefent geen druk uit op ons, maar hij is zich wel bewust van onze weerstand of angst om dit engagement aan te gaan. Overigens doet zijn laatste zin denken aan zijn commentaar tot psychotherapeuten:

De meeste psychotherapeuten staan nog helemaal aan de start van de beginfase van de eerste reis. Zelfs degenen die beginnen te begrijpen wat hun te doen staat kunnen zich nog altijd tegen het vertrek verzetten. (P. 3. II. 8:5-6)

Het is duidelijk dat Jezus ons allemaal ziet als beginnelingen die weerstand bieden tegen verandering en groei.

(2:1-5) Je kunt je afvragen waarom het bijvoorbeeld belangrijk is om te zeggen: ‘Ik wil niets liever dan deze tafel anders zien.’ Op zichzelf is dit helemaal niet belangrijk. Maar wat staat op zichzelf? En wat betekent ‘op zichzelf’ eigenlijk? Je ziet een heleboel afzonderlijke dingen om je heen, wat in feite betekent dat je helemaal niet ziet.

Les 183 gaat dieper in op het idee om aan de ‘afzonderlijke dingen’ in de wereld andere namen te geven, een proces dat de behoefte van het ego weerspiegelt om afscheiding en individualiteit werkelijk te maken. Jezus vraagt ons om de onderliggende aanname van zijn cursus te begrijpen, namelijk dat alles hetzelfde is omdat alles hetzelfde doel dient. Op het niveau van de vorm zijn de dingen van de wereld duidelijk anders en hebben ze voor ieder een verschillend doel. Op het niveau van de inhoud echter delen we allemaal dat ene doel dat onze denkgeesten geheeld worden. In die zin is alles hetzelfde omdat alles gebruikt kan worden om dit doel te bereiken. We moeten onthouden dat het in Een Cursus gaat om de inhoud en niet om de vorm.

(2:6-8) Of je ziet óf je ziet niet. Wanneer je één ding anders bent gaan zien, zal je alles anders zien. Het licht dat je in één ervan ziet, is hetzelfde licht dat je in allemaal zult zien.
Wat verandert is niet wat buiten is, maar onze keuze van leraar. Wanneer we onze innerlijke Leraar hebben veranderd dan zullen we alles door Zijn ogen zien in plaats van door de ogen van het ego.
En nogmaals, Jezus heeft het niet over een fysiek licht. Het licht dat we zullen zien is het licht van de visie van Christus, het licht van het begrip dat een gedeeld of gezamenlijk doel in iedereen en alles herkent.

(3) Als je zegt: ‘Ik wil niets liever dan deze tafel anders zien,’ dan verplicht jij jezelf ertoe je vooropgezette ideeën over de tafel terug te nemen en je denken te openen voor wat hij is en waartoe hij dient. Je definieert hem niet aan de hand van het verleden. Je vraagt wat hij is, in plaats van hem te vertellen wat hij is. Je bindt zijn betekenis niet aan je minieme ervaring met tafels, noch begrens je zijn bedoeling tot je onbeduidende persoonlijke gedachten.

Dit is de nederigheid die zegt: ‘Ik weet het niet.’ Een tafel is niet echt belangrijk omdat we niet zozeer hierop projecteren. Dit voorbeeld dient om het standpunt duidelijk te maken. Wat belangrijker is, is dat we nederig toegeven dat we de betekenis en het doel van een relatie of een situatie niet kennen. Wanneer we denken dat we dat wel doen, dan zullen we nooit kunnen openstaan om het antwoord te ontvangen en de waarheid kunnen leren. Aan het verleden blijven vasthouden weerspiegelt deze arrogante overtuiging dat wij het wel weten, de verdediging tegen de visie die komt wanneer wij het heilig ogenblik hebben gekozen.

(4:1-2) Je bent niet bereid vraagtekens te zetten bij wat je al gedefinieerd hebt. En de bedoeling van deze oefeningen is juist vragen te stellen en de antwoorden te ontvangen.

Opnieuw wordt er een beroep gedaan op onze nederigheid. Wanneer je denkt dat je Een Cursus in Wonderen begrijpt dan zal je niet openstaan voor wat hij je wil leren. Als je denkt het doel van elke werkboekles te begrijpen dan zal je niet openstaan voor het antwoord dat Jezus voor je heeft. Wanneer je denkt dat je het begrijpt dan zal er plotseling een muur voor je denkgeest optrekken en je zal niets meer kunnen leren. Je zal echter wel denken dat je onderricht krijgt, maar dat wat je ‘leert’ is slechts dat wat je ego wilt dat je leert. Deze truc van het ego waarin we bewust denken dat we om hulp vragen werd reeds eerder aangehaald, maar het enige wat we in feite doen is Jezus voorschrijven wat wij willen dat hij ons verteld door ons probleem te definiëren of door onze vraag te omlijsten. Dit dicteert onvermijdelijk het antwoord dat we krijgen waardoor we een beperking opleggen. Ook in de tekst herinnert hij ons hieraan:

Je bent in wat je in twijfel trekt even selectief geweest als in je waarneming. Een open denkgeest is eerlijker. (T. 13. IV. 3:7-8)

Dit alles doet ons natuurlijk denken aan ons ontologische beperking van God door onze aard zelf te gaan definiëren. (Ontologie: zijnsleer; tak van de metafysica die zich bezighoudt met de aard en de relaties van het zijn.) Jezus helpt ons om tot een open geest te komen door alles wat we over alles geloven ongedaan te maken of af te leren inclusief dat wat we geloven over deze cursus. Zoals ook in de tekst staat:

Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij eropna houdt in twijfel te trekken. Niet één kan er verborgen en in het duister gehouden worden of deze zal jouw leerproces in gevaar brengen. (T. 24. Inl. 2:1-2)

(4:3-5) Door te zeggen: ‘Ik wil niets liever dan deze tafel anders zien,’ verbind je jezelf ertoe te zien. Het is geen verbintenis die iets anders uitsluit. Het is een verbintenis die evenzeer voor de tafel geldt als voor iets anders, niet meer en niet minder.

We zien hier opnieuw hoe Jezus ons probeert te motiveren om te leren wat hij ons onderwijst en om deze visie te veralgemenen naar alle dingen. Inderdaad is het zo dat wanneer het niet veralgemeend kan worden het geen ware visie is.

(5) Je zou in feite alleen al aan de hand van die tafel visie kunnen verwerven, als je al je eigen ideeën erover terug zou nemen en er met een volkomen open denkgeest naar zou kijken. Hij heeft je iets te laten zien: iets moois en zuivers en oneindig waardevols, vol geluk en hoop. Verborgen onder al jouw ideeën ligt zijn werkelijke bedoeling, de bedoeling die hij deelt met heel het universum.

Het doel dat met het hele universum gedeeld wordt is vergeving ‘moois en zuivers en oneindig waardevols’ de bron van waar geluk en ware hoop. Niets van dit alles komt door de tafel, een ervaring of een persoon. Ons geluk en hoop komen eerder door het doel, waarvan de schoonheid gevonden kan worden in de schoonheid van de Leraar waarvoor we hebben gekozen. Dat is de reden waarom het doel de basisregel is. Nogmaals, het doel is niet inherent aan het voorwerp, maar in de keuze om van de Heilige Geest te leren de werkelijke wereld te zien.

(6) Door de tafel te gebruiken als onderwerp voor de toepassing van het idee van vandaag, vraag je dus in wezen om de bedoeling van het universum te zien. Je zult hetzelfde verzoek richten tot elk voorwerp dat je tijdens de oefenperioden gebruikt. En je gaat met elk van die voorwerpen de verbintenis aan om de bedoeling ervan zich aan jou te laten openbaren, in plaats van dat jij jouw oordeel erop legt.

Jouw oordeel komt uit een gedachte voort die zegt dat jij gelijk hebt en dat Jezus het verkeerd heeft. Jij wil hem leren wat zijn cursus jou moet leren, eerder dan open te staan en hem als leraar te hebben. Nochtans, wanneer we er voor open staan kan ons de inherente gelijkheid van alles in het universum geleerd worden. Het is allemaal hetzelfde omdat het allemaal hetzelfde doel deelt. En doel, om het nog maar eens te zeggen, is alles.

Onthoud ook dat het nodig is om aan de ideeën van deze oefeningen te denken in het licht van de gedachten die je hebt op het moment dat je de oefeningen doet. Het is door specifieke toepassing, zo vaak als mogelijk, die het leren ervan zal vergemakkelijken.

De laatste alinea’s herhalen de niet dwangmatige, doch doordachte toepassing van de dagelijkse oefeningen. We proberen ons te herinneren dat we willen leren wat Jezus ons onderwijst: de wereld anders te zien:

(7-8) We zullen vandaag zes oefenperioden van twee minuten houden, waarin het idee voor deze dag eerst uitgesproken en dan toegepast wordt op wat je maar om je heen ziet. Niet alleen moeten de voorwerpen willekeurig worden uitgekozen, maar ze moeten ook alle met dezelfde oprechtheid tegemoet worden getreden wanneer het idee van vandaag erop wordt toegepast; dit in een poging om te erkennen dat ze allemaal van gelijke waarde zijn in hun bijdrage tot jouw zien.
8. Zoals gewoonlijk dienen de toepassingen de naam te bevatten van het voorwerp waarop je oog toevallig valt, en moet je je blik erop laten rusten terwijl je zegt:
Ik wil niets liever dan deze/dit _________ anders zien.
Elke toepassing moet heel langzaam en zo aandachtig mogelijk worden uitgevoerd. Er is geen haast bij.

‘Heel langzaam’, ‘zo aandachtig mogelijk’, ‘er is geen haast bij.’ Dit zouden de sleutelwoorden voor onze dag moeten zijn. Zoals onze nieuwe leraar, Jezus, ons vraagt een nieuw perspectief aan te nemen, één die toelaat de druk en de spanning van het ego ongedaan te maken, maar die in plaats daarvan zoekt naar een zachtaardige en geduldige benadering waarin hij ons met deze oefeningen voorziet. Gezien ons geleerd werd dat onze dagelijkse lessen dezelfde zijn, is de vorm ervan onbelangrijk. Dus, belangrijk en onbelangrijk, groot en klein worden onbeduidende aanwijzingen van gebeurtenissen en relaties. Ze allen als één samenvoegen leidt tot de enige keuze die we moeten maken: het ego of de Heilige Geest. Kiezen voor de Stem van God om ons te leiden voert ons langzaam naar het rustige tempo van degenen die de uitkomst zeker weten. Op die manier gaan we verder in het vertrouwen dat onze Leraar ons alles zal leren wat we moeten weten en dat we, binnen de tijd, Zijn lessen zullen leren.

donderdag 12 april 2018

Les 27 - Ik wil niets liever dan zien.


Deze les ‘Ik wil niets liever dan zien’ en de volgende ‘Ik wil niets liever dan de dingen anders zien’ vormen een paar. Ze brengen ons geleidelijk aan een stap verder in ons leren en keren terug naar het thema ‘motivatie’. De belangrijkste eigenschap die docenten willen zien bij hun leerlingen is hun verlangen om te leren. Zonder motivatie werkt een leerschool niet. Ook is het zo dat een therapeut zijn patiënt niet kan helpen als die niet gemotiveerd is in enige verandering. Het is dus nodig dat wij dat wat Een Cursus in Wonderen ons onderwijst willen leren zo niet zal zelfs de beste docent in de wereld falen. We willen de Cursus van Jezus leren omdat dit ons gelukkig zal maken. Om dit te kunnen doen moet Jezus ons er eerst van overtuigen dat wij momenteel niet gelukkig zijn. Deze noodzaak wordt mooi verwoord in de tekst in de opening van ‘De gelukkige leerling’:

De Heilige Geest heeft een gelukkige leerling nodig, in wie Zijn opdracht tot een gelukkig eind kan worden gebracht. Jij die je met huid en haar hebt overgeleverd aan ellende, dient eerst in te zien dat je ellendig en niet gelukkig bent. Zonder dit contrast kan de Heilige Geest niet onderwijzen, want jij gelooft dat ellende geluk is. Dit heeft jou zo in verwarring gebracht dat jij ertoe bent overgegaan iets te leren wat je nooit kunt leren, in de overtuiging dat als je dat niet leert jij niet gelukkig zult zijn. (T. 14. II. 1:1-4)

(1:1-4) Het idee van vandaag drukt meer uit dan louter vastberadenheid. Het geeft visie de voorrang boven je andere wensen. Misschien aarzel je om het idee te gebruiken, vanwege het feit dat je er niet zeker van bent dat je het werkelijk meent. Dat is niet van belang.

Jezus verwacht niet dat iemand deze woorden werkelijk begrijpt. Wanneer we oordeel opgeven en voor visie kiezen is dat omdat we ervoor gekozen hebben om onze investering in speciaalheid los te laten, wat voor het ego hetzelfde betekent dat wij onszelf blootstellen aan aanval. Het ego adviseert ons dat, als wij ons zonder speciaalheid tegen onze leegte en gebrek verdedigen, wij kwetsbaar zijn tegenover de vijandige wereld die ons omringd en die er op uit is ons te vernietigen.

(1:5) Het doel van de oefeningen van vandaag is om het moment waarop het idee volkomen waar zal zijn een beetje dichterbij te brengen.

Jezus maakt hier duidelijk, zoals hij dat doorheen de hele Cursus in Wonderen doet, dat dit een proces is. Hij verwacht dus niet van ons dat wij halsoverkop de hand van het ego loslaten en zijn hand nemen, maar hij wil wel dat we begrijpen wat deze keuze inhoudt zodat we beseffen waar we naartoe groeien.

(2:1) De verleiding is misschien groot te geloven dat er een of ander offer van je wordt gevraagd wanneer jij zegt dat je niets liever wilt dan zien.

Het thema over opoffering komt verderop in het werkboek voor. Voor het ego is kijken met de visie van Christus het opofferen van onze persoonlijke identiteit die gesteund is op afscheiding en oordeel, angst en haat. Als we willen overleven is, gezien vanuit het standpunt van het ego, offeren zeker nodig: of wij moeten ons geluk en vreugde opofferen om te boeten voor onze zonden of anderen moeten geofferd worden zodat wij gelukkig en vredig kunnen zijn. Anders gezegd, iemand moet verliezen wil een ander kunnen winnen, het principe van het ego van de een of de ander. De volgende regels geven het antwoord van de Heilige Geest op dit principe van een offer:

(2:2-5) Als je je onbehaaglijk gaat voelen over het gebrek aan voorbehoud daarin, voeg dan toe:
Visie kost niemand iets.
Als de angst voor verlies je parten blijft spelen, voeg dan vervolgens toe:
Ze kan alleen maar een zegen zijn.

Jezus dringt er hier op aan eens na te denken over de motivatie om te leren en dit door ons erop te wijzen ons de les van vandaag zoveel mogelijk door de dag heen te herinneren. Hierbij dient wel opgemerkt te worden en keer op keer herhaald te worden dat het geen zonde is wanneer je het vergeet. Het is inderdaad zo dat een dergelijk vergeten ons voorziet van zeer behulpzame informatie over onszelf. Wanneer we deze Cursus echt willen leren dan moeten we ons er bewust van worden hoeveel weerstand we bieden tegen het leren ervan - wat uiteindelijk afkomstig is van de angst om onszelf te verliezen - waardoor we onze vooruitgang zullen belemmeren. De eerste stap in het ongedaan maken van dit proces is ons bewust te worden van dit probleem. Alleen dan kan het gericht aangepakt worden en kunnen we eraan voorbijgegaan.

(3) Het idee voor vandaag moet vaak worden herhaald om maximaal profijt te bieden. Het behoort op z’n minst elk half uur te worden gedaan en zo mogelijk vaker. Wellicht kun je het elke vijftien of twintig minuten proberen. Het valt aan te raden dat je bij het ontwaken of kort daarna bepaalt om de hoeveel tijd je het idee herhaalt en probeert je daar de hele dag aan te houden. Het zal niet moeilijk zijn dit te doen, zelfs wanneer je aan een gesprek deelneemt of op dat moment een andere bezigheid hebt. Je kunt altijd wel één kort zinnetje in jezelf herhalen zonder daarbij iets te verstoren.

Maar Jezus kent zijn studenten en daarom spreekt hij ons zo liefdevol toe. Aan de ene kant spreekt hij onze motivatie om te leren aan door een verhoogde oefenperiode aan te bevelen en anderzijds herinnert hij ons eraan ons niet schuldig te voelen voor onze weerstand, zoals we nu kunnen lezen:

(4:1-5) De echte vraag is: hoe vaak zal je eraan denken? Hoe graag wil je dat het idee van vandaag waar is? Geef op een van deze vragen antwoord en je hebt ook de andere beantwoord. Waarschijnlijk zal je een aantal toepassingen overslaan en misschien zelfs behoorlijk wat. Laat dit jou niet van de wijs brengen, maar probeer je vanaf dat moment weer aan je tijdschema te houden.

Jezus zegt hier dus om ons niet schuldig te voelen wanneer we het vergeten. Hij verwacht het zelfs van ons dat we het zullen vergeten. Maar hij zegt er ook wel bij dat wanneer we ons herinneren dat we het vergeten zijn, we op zijn minst moeten proberen te begrijpen waarom we dit doen: dat we niet zo zeker zijn of we deze cursus wel willen leren. Een deel van ons wil dat duidelijk wel, anders zouden we het niet doen. Hoe dan ook is er een ander deel die bijzonder gereserveerd is als het gaat om door te gaan op dit pad. Onze identificatie met het ego en zijn denksysteem van afscheiding en oordeel is nog behoorlijk sterk aanwezig.

(4:6) Als je ook maar één keer vandaag het gevoel hebt dat je volkomen oprecht was toen je het idee van deze dag herhaalde, kun je ervan op aan dat je jezelf vele jaren inspanning hebt bespaard.

In de tekst spreekt Jezus over het besparen van duizenden jaren (bv. T. 1. II. 6:7). Ook al ben je maar één keer gedurende de dag volkomen oprecht, dan nog bereik je een groot deel. Het is goed om nog eens in herinnering te brengen dat lineaire tijd een illusie is. Gezien ons eigen bestaan gesteund is op de werkelijkheid van tijd en ruimte, is het voor ons niet mogelijk om de ware toedracht van deze laatste uitspraak ten volle te begrijpen. Gelukkig is niet ons begrip noodzakelijk, wel een klein beetje bereidwilligheid.

In de volgende les wijdt Jezus verder uit over deze ideeën.

maandag 19 maart 2018

Les 26 – Mijn aanvalgedachten zijn een aanval op mijn onkwetsbaarheid. – deel 2


(3:1) Het idee voor vandaag introduceert de gedachte dat jij altijd eerst jezelf aanvalt.
Het kan niet genoeg herhaald worden dat om dergelijke passages naar behoren te begrijpen de student zich moet realiseren dat Jezus het nooit heeft over wat we als mensen gedragsmatig doen, maar enkel over onze perceptie van wat we doen. Het zijn aanvalgedachten en het zijn onze oordelende gedachten die aanvalgedachten waarnemen. In het Handboek voor Leraren kunnen we hierover het volgende lezen:
Het is wellicht nuttig te onthouden dat niemand kwaad kan worden op een feit. Het is altijd een interpretatie die aanleiding geeft tot negatieve emoties ongeacht hun ogenschijnlijke rechtvaardiging door wat feiten lijken te zijn. (HvL17. 4:1-2)
(3:2-5) Als het zo is dat aanvalgedachten onvermijdelijk het geloof met zich meebrengen dat jij kwetsbaar bent, dan is hun gevolg dat ze jou in je eigen ogen verzwakken. Zo zijn ze een aanval op jouw waarneming van jezelf. En omdat je in ze gelooft, kun je niet langer in jezelf geloven. Een vals beeld van jezelf heeft de plaats ingenomen van wat jij bent.
Door onszelf als zwak te zien (onze kwetsbaarheid) bewijzen wij telkens dat wij gelijk hebben en dat de Heilige Geest verkeerd is, dat we kinderen zijn van het ego in plaats van Zonen van God. We geloven niet langer dat wij de Christus zijn waarvan de Heilige Geest in ons juist-gericht denken de herinnering is. We vervangen zo de waarheid van wie we zijn door een vals beeld van een speciaal, uniek en individueel zelf. Dissociatie staat ons toe tegenstrijdige beelden van onszelf te behouden: de waarheid van de kennis die we verkiezen te vergeten en de illusie van de aanval die we verkiezen te behouden. De volgende passages beschrijven duidelijk deze dynamiek en hoe deze ongedaan kan worden gemaakt:
Je kunt iets niet dissociëren, tenzij je het eerst kent. (T. 10. II. 1:1-2)
Schenk de Heilige Geest alleen jouw bereidwilligheid om je weer te herinneren, want Hij bewaart voor jou de kennis van God en van jouzelf, terwijl Hij wacht tot jij die aanvaardt. (T.10. II. 2:3)
Zijn Stem zal jou zeggen dat jij deel uitmaakt van Hem, wanneer je bereid bent je Hem te herinneren en opnieuw je eigen werkelijkheid te kennen. (T. 10. II. 2:5)
Je herinneren is niets anders dan in je denkgeest hervinden wat daar al is. Wat jij je herinnert maak jij niet, je aanvaardt slechts opnieuw wat daar al aanwezig is, maar verworpen werd. (T. 10. II. 3:1-2)
Wanneer je aanvalt, ontken jij jezelf. (T. 10. II. 4:1)
Door de werkelijkheid te ontkennen sluit je de aanvaarding van Gods gave uit, omdat jij in plaats daarvan iets anders hebt aanvaard. Als je begrijpt dat dit altijd een aanval op de waarheid is, en dat de waarheid God is, zal jij inzien waarom dit altijd beangstigend is. (T. 10. II. 4:3-4)
Alle aanval is een aanval op je Zelf. (T. 10. II. 5:1)
Aanval is zodoende de manier waarop jouw identificatie verloren gaat, want als jij aanvalt moet je wel vergeten zijn wat jij bent. En als jouw werkelijkheid die van God is, zal jij je, wanneer je aanvalt, Hem niet herinneren. (T. 10. II. 5:4-5)
(4) Oefenen met het idee van vandaag zal jou helpen te begrijpen dat kwetsbaarheid of onkwetsbaarheid het resultaat is van je eigen gedachten. Niets anders dan jouw gedachten kunnen een aanval op jou doen. Niets anders dan jouw gedachten kunnen jou doen denken dat jij kwetsbaar bent. En niets anders dan jouw gedachten kunnen jou bewijzen dat dit niet zo is.
De focus van deze oefeningen is gericht op onze gedachten, de bron van het probleem maar ook de oplossing ervan. Want inderdaad is alles gedachte en dit accepteren is het doel van het werkboek door het trainen van de denkgeest. Deze gedachten komen niet voort uit een fysiek orgaan, het brein, maar uit de denkgeest die zich ofwel identificeert met het ego ofwel met Jezus, met angst of met liefde. Uit deze twee gedachten of denksystemen – schuld of onschuld – verschijnt er een respectieve wereld. Wanneer jij jezelf aangevallen voelt dan heb je voor het ego als jouw leraar gekozen en geloof je daarom dat je kwetsbaar bent en dat aanval gerechtvaardigd is. Dit heeft niets met gedrag te maken, maar met de manier waarop je het gedrag waarneemt. Anderzijds, als we ons onze onkwetsbaarheid als Gods Creatie herinneren zal onze waarneming van de wereld gelijk hieraan veranderen. Een deel in de tekst beschrijft beknopt het principe dat projectie waarneming maakt:
Er vallen maar twee lessen te leren. Elk resulteert in een andere wereld. En elke wereld volgt met zekerheid uit haar bron. Het vaststaand resultaat van de les dat Gods Zoon schuldig is, is de wereld die jij ziet. Het is een wereld van verschrikking en vertwijfeling. En ze biedt geen enkele hoop op geluk. … Dit is echter niet het enige resultaat waartoe jouw leren kan leiden. (T. 31. I. 7:1-6; 9)
Het resultaat van de les dat Gods Zoon schuldeloos is, is een wereld zonder angst waar alles door hoop wordt verlicht en sprankelt van een milde vriendelijkheid. Er is niets wat jou niet roept met een zacht verzoek jouw vriend te mogen zijn en zich met jou te mogen verbinden. (T. 31. 8:1-2)
Het vervolg van de les stelt een oefening en instructies voor waar we inmiddels vertrouwd mee zijn. De focus is, zoals altijd, gericht op onze gedachten en gevoelens die ons van streek lijken te maken en om er zo emotieloos als kan naar te kijken maar wel met een meer dan nieuwsgierige aandacht. Het is deze doordachte non-evaluatie die ons in staat stelt te begrijpen dat al deze verwarring, al deze gevoelens van boosheid allemaal hetzelfde doel delen, namelijk ons weghouden van de Gedachte van Liefde die door onze gedachten verborgen gehouden wordt. Met andere woorden alle vormen van verwarring weerspiegelen de inhoud van de aanval op onszelf door te ontkennen Wie we zijn als Zoon van God.
(5-7) Zes oefenperioden zijn nodig om het idee van vandaag toe te passen. Probeer ze elk twee volle minuten te laten duren, hoewel de tijd tot één minuut teruggebracht kan worden als het te ongemakkelijk voor je wordt. Bekort het niet verder.
De oefenperiode moet beginnen met de herhaling van het idee voor vandaag; sluit daarna je ogen en kijk opnieuw naar de onopgeloste problemen waarvan de uitkomst jou zorgen baart. Die zorgen kunnen de vorm aannemen van depressiviteit, ongerustheid, kwaadheid, het gevoel van een last, angst, naderend onheil of geobsedeerdheid. Elk tot nu toe onopgelost probleem dat vandaag bij herhaling in je gedachten opduikt, is een geschikt onderwerp. Je zult er in één enkele oefenperiode niet heel veel kunnen behandelen, omdat aan elk probleem een langere tijd dan gewoonlijk moet worden besteed. Het idee van vandaag moet als volgt worden toegepast:
Noem eerst de situatie:
Ik maak me zorgen over _________.
Bekijk dan elke mogelijke afloop die in verband daarmee bij je is opgekomen en die jou zorgen baarde en duid elke afloop heel specifiek aan met de woorden:
Ik ben bang dat er _________ gebeuren zal.
Deze oefening weerspiegelt de vanzelfsprekendheid van de gedachtegang van het ego: schuld vraagt om straf, een uitkomst die we terecht vrezen. Onze bezorgdheid van wat er kan gebeuren, de onopgeloste vragen waarvan de uitkomst ons verontrust, leidt onvermijdelijk tot angst voor wat er zou kunnen gebeuren. We hebben dus geen andere keuze dan ons voor deze angst, die haar basis vindt in ons schuldgevoel, te verdedigen. We komen later nog terug op dit belangrijk onderwerp over verdediging.
(8-9) Als je de oefeningen op de juiste manier doet, zou je voor elke situatie die je behandelt zeker vijf of zes verontrustende mogelijkheden voorhanden moeten hebben en mogelijk zelfs meer. Het is veel nuttiger enkele situaties grondig door te nemen dan een groter aantal even aan te stippen. Naargelang de lijst van de verwachte uitkomsten voor elke situatie groeit, zal je waarschijnlijk sommige daarvan minder aanvaardbaar vinden, vooral degene die tegen het eind bij je opkomen. Probeer ze echter allemaal zoveel je kunt een gelijke behandeling te geven.
9. Zeg tegen jezelf, nadat je elke uitkomst waarvoor je bang bent hebt opgenoemd:
Die gedachte is een aanval op mezelf.
Eindig elke oefenperiode met het idee van vandaag nog eens voor jezelf te herhalen.
Dit is natuurlijk het uitgangspunt. We brengen de duisternis van onze illusies naar het licht van Jezus’ waarheid. Het probleem ligt niet bij het resultaat dat wij verwachten, maar bij de onderliggende beslissing om onszelf aan te vallen door God te ontkennen. Na deze eerste 25 lessen kan je zien hoe Jezus ons stap voor stap, les per les, geleidelijk en liefdevol leidt tot een specifieke ervaring van de meer abstracte leer van de tekst.