vrijdag 17 november 2017

Dag 21 van de reis door het werkboek van Een Cursus in Wonderen

Les 95: Hoe te werken met het werkboek

Ik kom nu bij een andere manier waarin Jezus ons helpt om door deze wolken van schuld te gaan, wat wil zeggen kijken naar onze zonden en ze vergeven. Ik kom even terug op de manier waarop Jezus ons vraagt om zijn werkboek te doen en de manier waar wij voor kiezen om het te doen, iets wat ik eerder besproken heb. Ik heb de nadruk gelegd op het feit dat de manier om het werkboek te doen is je pijnlijk vergissen, alles omtrent God te vergeten, de les vergeten, de fouten maken die we allemaal maken, maar hier naar kijken zonder oordelen, zonder te voelen dat jij je verloren tijd moet inhalen met een bepaalde oefening, zonder te voelen dat je Jezus of andere mensen voor de gek houdt of dat je de perfecte werkboek student moet zijn.
Mijn commentaar ligt in het verlengde van les 95 ‘Ik ben één Zelf, verenigd met mijn Schepper.’ een les die ik eerder ook al aangehaald heb. Wat in deze les interessant is, is dat in het midden van de les Jezus het thema van de les achter zich laat en in plaats daarvan begint te spreken over hoe we het werkboek moeten doen. Deze les, onder vele andere, stelt de grandeur van het Zelf dat God heeft geschapen tegenover de versie die wij van ons zelf hebben en die - in deze les - beschreven wordt als ‘een belachelijke parodie op Gods schepping: zwak, kwaadaardig, lelijk en zondig, ellendig en door pijn geplaagd.’ (2:1). 

In de vierde alinea heeft Jezus het dus over hoe we het werkboek moeten doen. Hij zegt ons dat ons denken nog maar relatief weinig getraind is en niet gedisciplineerd en dat we daarom behoefte hebben aan structuur.

Hier zijn we dan, drie maand verder in zijn werkboek en ons wordt gezegd dat we niet op de juiste manier mediteren en dat onze denkgeesten nog steeds afdwalen. Jezus laat ons tevens weten dat hij zich hier bewust van is en dat wij ons niet schuldig moeten voelen hiervoor.  De onderliggende betekenis van deze boodschap is: ‘Ik weet dat jij een ellendige zondaar bent, ik weet dat jouw ego niets geeft om mij of om God, maar Wij houden van jou. Verberg het feit niet voor mij dat je niet aan mij denkt, dat je de afgoden van de wereld boven mij en de lessen plaatst, dat je probeert mijn plaats in je denkgeest toe te eigenen en probeert te leven met speciale dingen die onbenullig zijn. Ik weet dat je dit doet en het is oké. Niet een ervan heeft enige macht, behalve in de dromen.’

Dit is enorm belangrijk want dit laat ons zien, zowel in vorm als inhoud, dat Jezus de boodschap van zijn cursus onderstreept: ‘Ik hou van je, de Heilige Geest houdt van je, God houdt van je, er is niets gebeurd die dit heuglijke Feit heeft veranderd.’

Dit is niet alleen, wat betreft de inhoud, de boodschap van alles, maar de vorm waarin hij ons deze boodschap geeft zegt precies hetzelfde. We moeten tegenover hem niet doen alsof. We hoeven niet een spirituele joekel te zijn die allen maar stil zit en mediteert om dan te zien hoe de wereld verdwijnt wanneer de denkgeest overstroomt van licht en liefde.

Hij zegt ons: ‘Ik weet dat dit niet gebeurt en dat is oké. Mijn liefde voor jou verandert niet.’ Wanneer we die boodschap begrijpen dan hebben we de Cursus geleerd en hebben hem niet langer nodig. Het zegt ons dat onze waargenomen zonde tegenover God Zijn Liefde niet heeft geraakt en wanneer dat waar is bestaat ook de zonde niet en is dus ook geen oorzaak van iets. Zonder zonde is er geen rechtvaardiging voor schuld, is er geen behoefte om schuld te projecteren in de toekomst en moet er geen angst zijn voor straf. Het complete denksysteem van het ego verdwijnt met deze eenvoudige stelling: ‘Het maakt niet uit wat je doet, mijn liefde voor jou is niet veranderd.’

Jezus zegt ons om hem en onszelf niet voor de gek te houden. We moeten ons eerder bewust worden van ons gebrek aan geestelijke discipline en de standvastige behoefte om de denkgeest te trainen. Hoe zouden we onze vergissingen kunnen vergeven wanneer we ons er niet bewust van zijn? Dit betekent dat onze zonde nog steeds verborgen blijft en enkel door projectie aan de oppervlakte komt. Het gevaar schuilt erin dat we zullen denken dat we iets gedaan hebben, terwijl dit niet het geval is.

In het Nieuwe Testament zien we herhaaldelijk dat Jezus de farizeeërs bestraft. In een heftige scene noemt hij hen ‘een generatie van listige slangen.’ Ik beweer hiermee niet dat Jezus dit daadwerkelijk heeft gezegd, maar wanneer je deze incidenten als informatief neemt dan kunnen we begrijpen dat de bijbelse Jezus tegen hen zei dat zij zich vergisten en dat wanneer zij zouden blijven vasthouden aan de letter van de wet hun handelingen navenant bleven.  Farizeeër was die tak van het Jodendom die strikt vasthield aan de leer van het Oude Testament (de letter van de wet) en daarom geloofden dat zij, in spirituele zin, superieur waren aan andere joodse groepen. In essentie zei Jezus hen dat zij gehoorzaamden aan de vorm (d.w.z. speciale liefde), maar dat de betekenis ervan hen volledig ontging. Want, nogmaals, het gevaar bestaat erin dat de haat door de vorm verborgen blijft in de denkgeest. De bloedige geschiedenis van het Christendom vormt hier het bewijs van.

Daarom zegt Jezus hier dat we ons nooit schuldig moeten voelen wanneer we hem en zijn lessen vergeten. Hij zegt ons: ‘Ik weet dat je het zal vergeten. Je krijgt dit leerplan zodat jij je denkgeest erop kan trainen je te herinneren. En voel je niet schuldig omdat je hierin zondigt.’
Hij ziet ons 'vergeten' niet als zondig, maar dat doen wij wel. Dat we zijn woorden vergeten en onze rug toekeren naar zijn aanwezigheid dient als een geheugensteuntje te zijn voor datgene waarvan we onszelf beschuldigen dat we gedaan hebben met God en we allemaal keer op keer dit gruwelmoment weer overdoen.

Herinner je dat deze wereld het bewijs is van ons waanzinnige denken dat wij God gedood hebben in de overtuiging dat wij een betere wereld dan die van Hem konden bouwen. En zoals ik reeds eerder vernoemde is dit de kiem van het autoriteitsprobleem: ik heb de autoriteit verslagen, ik heb mij Zijn plaats op de troon toegeëigend. Ik ben God.

Het doel van Een Cursus in Wonderen is ons eraan te herinneren hoe nietig we spiritueel zijn. We zijn zeer kleine kinderen. Op een vriendelijke manier maakt Jezus dit duidelijk voor ons en we moeten ermee ophouden om ons tegen hem te verzetten en te doen alsof we iets zijn dat we niet zijn. We moeten eerder erkennen en zeggen: ‘Ja dat klopt, dat is wat ik ben, maar het is geen zonde.’ Het is deze oprechtheid die zijn liefde toelaat. Wanneer we blijven volhouden dat we geen ego hebben of dat er slechts sporen van terug te vinden zijn in ons dan is de kans groot dat we geloven dat we hem niet nodig hebben. En dit is precies wat het ego wil, dat we onze eigen schepper zijn: ‘Ik heb Jezus of de Heilige Geest niet nodig omdat ik het op mijzelf kan.’ En daarom zegt onze leraar tegen ons: ‘Je bent nog steeds een klein kind en hebt daarom nood aan deze structuur, maar wanneer je zal opgroeien zal je het niet langer nodig hebben.’

In het deel ‘Hoe moet een leraar van God zijn dag doorbrengen?’ uit het Handboek voor Leraren (HvL. 16) zegt hij hetzelfde. Daar zegt hij dat gevorderde leraren van God zich nooit afvragen hoe zij de dag moeten doorbrengen omdat de Heilige Geest hen leidt. Echter tot we dat punt bereikt hebben is zekere structuur noodzakelijk.

(wordt vervolgd)

dinsdag 14 november 2017

Dag 20 van de reis door het werkboek van Een Cursus in Wonderen

Vraag: Jezus spreekt hier niet over het kijken naar deze wolken.

Antwoord: Klopt. Het idee van kijken is pas later in het werkboek aan de orde, maar neemt een belangrijke plek in de tekst in. Wat ik hiermee wilde duidelijk maken is dat we in het werkboek niet het totale theoretische pakket of het volledige vergevingsproces krijgen. Dit is ook de reden waarom het zo makkelijk lijkt en waarom er zoveel mensen geneigd zijn om enkel met het werkboek te werken en de tekst terzijde te laten liggen. We kunnen de wolken niet loslaten, we kunnen ons niet ontdoen van de wolken, wanneer we er niet eerst naar kijken omdat, zoals de tekst het uitlegt, door er niet naar te kijken ze blijven bestaan. Ontkenning is een van de meest basale en krachtigste van alle verdedigingen.

Jezus’ hand vastnemen wil zeggen, samen met hem naar onze boosheid, bezorgdheid, depressie en schuld te kijken, maar zonder oordeel. Wanneer we kijken en tevens hopen dat hij dit allemaal van ons weg zal nemen dan maken we het werkelijk, wat zoveel wil zeggen dat we er niet naar gekeken hebben, maar veroordeeld. Dit is een belangrijk iets. Wanneer we blijven vasthouden aan de gedachte dat Jezus het probleem van ons zal wegnemen, dan zeggen we hiermee dat er een probleem is. Er is echter geen probleem, alleen is het de denkgeest die gelooft dat er een probleem is. Kijken met Jezus betekent ons er bewust van worden dat wat we ook voelen, dit geen enkel gevolg heeft op zijn liefde voor ons. Het is alleen die liefde en vrede van de denkgeest die voor ons van belang is. Want het is inderdaad slechts dit wat binnen de illusoire wereld van afscheiding werkelijk is.

De bedrieglijkheid van de afscheiding begon met de aanvalsgedachte van de Zoon van God, met zijn behoefte zich de plaats van God op de troon toe te eigenen en door dit als zijn bezit te nemen werd het voor God onmogelijk ooit nog van hem te kunnen houden. Dit vind je dus terug in het bekende Joods-Christelijke verhaal van Adam en Eva waarin God op het einde deze twee zondaren verbant uit de Hof (de Hemel) en voor de poort van de Hemel de wacht liet houden door een engel met brandende zwaarden die ervoor moeten zorgen dat ze nooit meer de Hemel binnen kunnen. Zie je wat een prachtige weergave dit is van het denksysteem van het ego. Het is dus essentieel je er bewust van te worden dat Jezus om hulp vragen om het probleem weg te nemen betekent dat men het probleem werkelijk maakt wat, nogmaals, om het met de woorden van de eerste lessen van het werkboek te zeggen dat we niets zien omdat we iets zien dat er niet is.


Zoals ik reeds eerder heb benadrukt zijn de eerste werkboeklessen ongelofelijk in wat zij onderwijzen. Jezus bedoelt het letterlijk wanneer hij zegt dat als we een probleem buiten ons zien, we helemaal niet zien omdat er buiten ons niets anders is dan een hallucinatie. Samen met hem gaan wil zeggen kijken door zijn ogen. De zinnen zoals ‘het aan hem overlaten’, ‘door de wolken heen gaan’ en ‘zijn hand nemen’ drukken dit proces van kijken naar onze egogedachten uit en ze niet langer macht toe te kennen om onze liefde voor Jezus en zijn liefde voor ons, te verstoren. Op die manier kopiëren we het oorspronkelijke Verzoeningsprincipe dat onze aanvalsgedachten op God geen enkel effect hebben … dat niet één noot in de Hemel wordt gemist. Er is niets gebeurd.

Dit wil niet zeggen dat we onze angst, onderdrukking, lijden, depressie of schuld moeten ontkennen. We kijken naar al wat we ervaren, maar beschuldigen onszelf of iemand anders hier niet langer voor waardoor het verdwijnt. Dit kan banaal lijken, maar het is wel cruciaal. Dit is wat Een Cursus in Wonderen onderscheid van bijna elk ander spiritueel pad dat ik ken: we worden niet gevraagd het ego te ontkennen, we worden gevraagd ernaar te kijken zonder een gevoel van schuld en dit doel - kijken zonder schuldgevoel - te herkennen. Wat ons in staat stelt om zonder oordeel te kijken is de hand van Jezus vast te nemen, de reden waarom hij deze vriendelijke aanbeveling maakt: ‘beeld je, wanneer we door de wolken gaan, in dat ik jouw hand vasthoud en je leid. En ik verzeker je dat dit geen hersenschim zal zijn.
(wordt vervolgd)

zondag 12 november 2017

Dag 19 van de reis door het werkboek van Een Cursus in Wonderen

De volgende stap:

Deze wereld van licht, deze kring van helderheid is de werkelijke wereld, waar schuld vergeving ontmoet. Hier wordt de buitenwereld met nieuwe ogen gezien, zonder de schaduw van schuld eroverheen. Hier ben je vergeven, want hier heb jij iedereen vergeven. Hier is de nieuwe waarneming, waarin alles helder en stralend van onschuld is, gewassen in de wateren der vergeving en gezuiverd van iedere slechte gedachte die jij eroverheen hebt gelegd. (T. 18. IX. 9:1-4)

Samengevat komt het hier op neer: we gaan door de wolken van de wereld en realiseren ons dat zij slechts de schaduwen zijn van de wolk van schuld die in de denkgeest is. Wanneer we bij manier van spreken Jezus toelaten ons bij de hand te nemen dan gaan we van schuld naar vergeving, wat wil zeggen dat wij zonder oordeel naar onze schuld kijken. We brengen schuld naar vergeving, duisternis naar het licht, illusies naar de waarheid. Op praktisch niveau betekent dit wanneer wij ons overweldigd voelen door egogedachten, dan brengen we deze schuld, boosheid, speciaalheid, depressie en zorgen naar Jezus of de Heilige Geest. We kijken samen met Hem naar deze gedachten, wat hetzelfde is aan niet oordelen over onszelf. Op deze manier wordt onze schuld vergeven en wanneer het vergeven is, verdwijnt het ook. Er blijft dan niets anders over dan het licht van vergeving. Ons totaal met het licht identificeren is de toestand van de geest die bekend staat als de werkelijke wereld. Vanuit dat perspectief kijken we uit naar dezelfde wereld, niet langer door de ogen van schuld die leidt naar een ervaring van een vijandige of een bedreigende wereld, maar door de ogen van vergeving, de visie van Christus. Het licht van deze visie schijnt door ons en bezield al onze percepties of we nu in een prachtige natuur vertoeven of in een dodenkamp.

Wanneer we nu terugkeren naar les 69 kunnen we hierin hetzelfde proces terugvinden als het deel uit de tekst. De voorstelling hier is niet zo ingewikkeld:

Wanneer je hebt nagedacht over het belang van wat jij voor jezelf en voor de wereld tracht te doen, probeer dan in volkomen stilte tot rust te komen en houd alleen in gedachten hoezeer je het licht in jou vandaag wilt bereiken - nu! Besluit om voorbij de wolken te gaan. Steek in gedachten je hand uit en raak ze aan. Schuif ze met je hand opzij; voel ze tegen je wangen, voorhoofd en oogleden strijken terwijl je er doorheen gaat. Ga verder; wolken kunnen jou niet tegenhouden. (Wd1. 69. 6)

Bijna op het einde van les 70 maakt Jezus dit proces een stuk persoonlijker:


Nu zullen we opnieuw proberen het licht in jou te bereiken, daar waar jouw verlossing ligt. Je kunt die niet vinden in de wolken die het licht omgeven en juist daar heb jij ernaar gezocht. Daar is verlossing niet. Ze ligt voorbij de wolken, in het licht daarachter. Onthoud dat je door de wolken heen zult moeten gaan voordat je het licht kunt bereiken. Maar onthoud ook dat je in de wolkenpatronen die jij je hebt ingebeeld, nog nooit iets gevonden hebt wat duurzaam bleek of wat je verlangde. (Wd1. 70. 8)

Om het licht te kunnen bereiken, om het licht aan te kunnen reiken moeten we eerst rekening houden met de duisternis. We kunnen geen stappen overslaan. We moeten door de wolken gaan. Hierin komen studenten van de Cursus soms vast te zitten wat gebeurt wanneer enkel met het werkboek gewerkt wordt. Zij zullen het genezingsproces niet begrijpen. Het is niet zo dat we zomaar, vanaf de plek waar we ons bevinden, het licht van Christus kunnen binnen stappen. We moeten eerst door de wolken van schuld, wat wil zeggen dat we eerst naar onze speciaalheid en alle andere kwesties van het ego moeten kijken. Hier ontstaat de weerstand en neemt de angst toe en begint de neiging om de Cursus in die zin te veranderen zodat hij aan onze behoeften tegemoetkomt.

Een belangrijk gegeven is dat we dit niet hoeven te doen. Er zijn andere spirituele wegen die niet vragen om rekening te houden met het ego en er is niets mis met deze benaderingen. Wanneer dat de richting is waar wij ons goed bij voelen dan moeten we die ook volgen. We mogen echter Een Cursus in Wonderen niet verwarren met andere wegen. Dit is geen cursus waardoor we slechts naar het licht gaan, maar een cursus waarin ons gevraagd wordt door de duisternis te gaan. We leren de duisternis van onze schuld te vergeven en er niet bang voor te zijn. En wanneer de bondgenoten, schuld en angst, van het ego verdwenen zijn blijft alleen het licht nog over. Bovendien moeten we niet op zoek gaan naar het licht of er naartoe gaan omdat het licht er reeds is. Wanneer we ernaar op zoek moeten gaan dan beweren we dat het er niet is. We moeten eerder op zoek gaan naar de duisternis, naar de duistere gedachten in onze denkgeest zodat we die kunnen vergeven. Dit vraagt niet om een uitgebreide analyse. Deze duistere gedachten vinden we door eenvoudig te kijken hoe we door voortdurend oordelen reageren op de wereld om dan deze oordelen naar onze met schuld beladen denkgeest te brengen die er de bron van is. Door oordeelloos naar deze oordeelgedachten te kijken, ze niet aan te vallen of ons er schuldig over te voelen, maken we dat zij hun kracht verliezen om dan te verdwijnen in het zachte licht van onze vergeving.

Dit alles kan geassocieerd worden met de laatste zin: ‘Maar onthoud ook dat je in de wolkenpatronen die jij je hebt ingebeeld, nog nooit iets gevonden hebt wat duurzaam bleek of wat je verlangde.’ (Wd1. 70. 8:6) Wanneer we eerlijk zijn zullen we erkennen dat wanneer we het doel bereikt hebben dat we onszelf gesteld hebben, we voelen dat dit nog niet genoeg is. Het kan wellicht voor een dag voldoende zijn, maar niet genoeg voor de volgende dag, week of maand. We willen steeds meer. 
Er is niets in deze wereld die ons volledig en voortdurend kan bevredigen of vervullen. Dit is iets wat we moeten accepteren. Het is een ding aan de lippen van Jezus te hangen en braaf te knikken en zeggen: ‘Ja, ja, ja, het is waar wat je zegt.’ Het is echter heel wat anders om alles te begrijpen wat hij bedoelt en duidelijk en oprecht te zijn tegenover onszelf. We koesteren bijna allemaal nog steeds de hoop, meestal onbewust, dat er een of ander aspect van speciaalheid ons zal geven wat we verlangen, dat er iets in deze wereld is die ons een goed gevoel over onszelf zal geven. Dit is echter een ander voorbeeld van de verwarring inzake vorm en inhoud: geloven dat er iets van de uiterlijke wereld (vorm) het gemis dat we in onze denkgeest (de inhoud) ervaren, zal vervangen.

Jezus sluit af met het geven van deze troostende doch verzekerde hulp:

Aangezien alle illusies over verlossing jou hebben teleurgesteld, wil je vast en zeker niet in de wolken blijven en daar tevergeefs naar afgoden zoeken, terwijl je zo makkelijk het licht van de werkelijke verlossing zou kunnen binnengaan. Probeer op elke manier die jou aanspreekt voorbij de wolken te gaan. Als het je helpt, denk dan dat ik jouw hand vasthoud en je leid. En ik verzeker je dat dit geen hersenschim zal zijn. (Wd1. 70. 9)

vrijdag 10 november 2017

Dag 18 van de reis door het werkboek van Een Cursus in Wonderen

Laat ons nu eens kijken naar de vergelijkbare passage in de tekst. Het doel hiervan is enerzijds verder uitweiden over de boodschap en  anderzijds om aan te duiden dat het werkboek niet als vervanging van de tekst mag gezien worden.

Het is de tekst die dieper ingaat op de relatie tussen geest en lichaam en hoe schuld te werk gaat om het licht te verbergen. Genoemde vergelijkbare passage vinden we terug in het tweede gedeelte van ‘de twee werelden’ in hoofdstuk 18. De basis voor dit materiaal is de bespreking, een van de belangrijkste in de Cursus, over hoe de wereld letterlijk gemaakt is om de schuld die in de denkgeest aanwezig is, te verbergen.


In het schema wordt schuld voorgesteld in het bovenste gedeelte van de denkgeest en vergeving in het onderste gedeelte. Het doel van de wereld is de schuld in de denkgeest te verbergen. Herinner je dat het ego er steeds bang voor is dat we naar de denkgeest zullen terugkeren en er voor de vergeving van de Heilige Geest zullen kiezen in plaats van voor de schuld van het ego.

Net zoals in eerste instantie schuld gemaakt werd om de Heilige Geest in onze denkgeest te verbergen, dient de wereld op haar beurt het doel om de schuld te verbergen. De wereld wordt nu als de schaduw van onze schuld gezien alleen weten we niet waar of zelfs dat er schuld is. We geloven alleen in de schaduw, in het schijnbeeld. Dit is te vergelijken met de grot van Plato waar de gevangenen alleen de schaduw op de binnenmuur van de grot kunnen zien en daarom de vergissing begaan deze schaduwen aan te nemen als de werkelijkheid, een verwarring die een van de belangrijkste onderwerpen was van Plato.

Jezus doet in zijn cursus precies hetzelfde hoewel hij de omvang van de verwarring diepgaander beschrijft dan Plato deed. Het feit is dat de wereld het schaduwbeeld is van onze schuld, maar wij denken dat deze beelden echt zijn.

We kunnen zien dat net zoals de schuld die op de wereld wordt geprojecteerd en wolken geworden zijn die het licht verduisteren, vergeving zich ook uitbreidt in de wereld, een uitbreiding die uiteindelijk de werkelijke wereld wordt die het Licht van Christus weerspiegeld.
Op het schema wordt dit als volgt aangetoond: het ego trekt ons mee naar boven vanuit de denkgeest de wereld in, terwijl de Heilige Geest ons vanuit de wereld naar de denkgeest brengt waardoor Zijn Liefde zich in de wereld uitbreidt. Dit is de essentie van de passage uit de tekst.

In de twee voorgaande alinea’s benadrukte Jezus het beeld van de wolken en zei hierbij dat indien wij van op de aarde naar de wolken zouden kijken wij allerlei figuren erin zouden herkennen die ons doen terugdenken aan de inktvlekken van Rorschach die we eerder besproken hebben.

Over de wolken zegt Jezus ‘het is makkelijk om een wereld te zien oprijzen. Een massieve bergketen, een meer, een dorp … ‘. (T. 18. IX. 7:1-2) Dit maakt wat we zien nog niet werkelijk. Hij vertelt er ook bij dat deze bergen stevig mogen lijken, maar dat ze zelfs niet over de kracht beschikken om een vallende speld tegen te houden. (T. 18. IX. 6:4)

Over dit beeld gaat hij verder in alinea 8: Zo zou het ook horen te gaan met de donkere wolken van schuld die evenmin ondoordringbaar en even weinig substantieel zijn. Je zult je er niet aan bezeren wanneer je erdoorheen reist. Laat jouw Gids jou hun niet-substantiële aard leren terwijl Hij jou eraan voorbij leidt, want daaronder bevindt zich een wereld van licht waarop ze geen schaduwen werpen. Hun schaduwen liggen op de wereld achter ze, nog verder weg van het licht. Maar hun schaduwen kunnen niet van ze vandaan vallen naar het licht. (T. 18. IX. 8)

Wolken lijken de macht te bezitten om de zon te vernietigen, maar het enige wat ze doen is haar verbergen. In en van zichzelf hebben wolken geen enkele substantie. Ze zijn niet vast al lijkt het wel zo te zijn, maar iedereen die al gevlogen heeft kan beamen dat wanneer het vliegtuig voorbij de wolkenbank is men een horizon ziet, helverlicht door de zon. Jezus gebruikt hier hetzelfde beeld. Hij vraagt ons om door de wolken van schuld te gaan en ons te realiseren dat hun aard onwezenlijk is. 

(wordt vervolgd)

woensdag 8 november 2017

Dag 17 van de reis door het werkboek van Een Cursus in Wonderen

De wolken van schuld voorbij

In de lessen 69 en 70 waar de focus gericht is op het proces om door de wolken van schuld te gaan vertelt Jezus ons dat hij degene is die ons hier doorheen zal helpen.

Lessen 68 tot en met 72 stellen het verlossingsplan van het ego door schuld en aanval tegenover Gods verlossingsplan: naar binnen keren en vergeven. In eerste instantie bestaat het verlossingsplan van het ego -  wat het plan is om het ego-zelf te behouden - erin om gedachten van schuld en aanval in de denkgeest reëel te maken en vervolgens deze inhoud te projecteren ons zo achterlatend met een gevoel van schuld en aanval dat nu buiten onszelf wordt waargenomen. Onze focus is nu gericht op de fysieke geestloze wereld, het toppunt van de strategie van het ego.

Gods verlossingsplan, in feite dat van de Heilige Geest, is dat we aan de hand van het wonder aanvalsgedachten terugbrengen naar de denkgeest waar ze zonder oordeel worden bekeken om dan te worden losgelaten. Het plan van het ego laat ons naar buiten kijken, het plan van de Heilige Geest is om onze aandacht naar binnen te brengen.

Les 69 ziet wolken als een symbool voor de verstoring van het ego op de waarheid. In de oefening van alinea vier worden we gevraagd ‘de totale inhoud van wat gewoonlijk ons bewustzijn in beslag neemt los te laten.’ De wijze om de inhoud, van wat zich in het algemeen in ons bewustzijn afspeelt (aanvalsgedachten, grieven, etc.), los te laten is eenvoudig door er zonder oordeel naar te kijken. 
Ik wil hier echter wel nog eens de nadruk leggen op het feit dat het werkboek niet als een vervanging van de tekst mag genomen worden omdat dit proces, zoals het hier wordt voorgesteld heel makkelijk klinkt door te stellen dat het enige wat we moeten doen is onze ogen te sluiten, aan onze grieven te denken, ze los te laten en ons dan terug te vinden, koesterend in het licht van de Hemel. We weten allemaal dat het in de praktijk niet zo makkelijk is. 
Het gevaar schuilt erin te denken dat het wel zo is omdat we dan zullen denken dat we het ego los gelaten hebben, wat helemaal niet het geval is. Wat we wel gedaan hebben is dat we onze aanvalsgedachten opgeborgen hebben in de denkgeest om onvermijdelijk van daaruit op een niet liefdevolle manier aan de oppervlakte te komen.

Jezus vraagt ons vervolgens om onze denkgeest voor te stellen als een reusachtige cirkel, omringd door een laag zware donkere wolken. We kunnen alleen de wolken zien omdat we buiten de cirkel lijken te staan. (Wd1. 69. 4:2-3) Jezus ontleent hier een beeld uit een eerder gebruikt deel van de tekst die veel ingewikkelder klinkt (T. 18. IX. 5-8). 


De wolken zijn onze investering in de wereld van speciaalheid met ons lichaam als onze belangrijkste bezigheid. De ‘laag donkere wolken’ is het denksysteem van het ego dat naar buiten is geprojecteerd. Herinner je dat Jezus ons zegt dat het niet nodig is om te begrijpen waar hij het over heeft. We moeten alleen maar doen wat hij van ons vraagt. Voor het doel van de oefening is het enkel nodig dat we voorbij de wolken reiken en terugkeren naar de denkgeest. 

De schuld in de vorm van deze wolken wordt op de wereld geprojecteerd en verduistert zo het licht in onze keuzemakende denkgeest. Wanneer we ‘buiten de cirkel staan’ kunnen we de denkgeest niet zien met als gevolg identificatie met het lichaam. Wanneer we buiten onze denkgeest zijn zien we slechts de wolken en is het moeilijk te geloven dat er een schitterend licht door de wolken verborgen wordt gehouden. De wolken lijken de enige realiteit te zijn. Het lijkt er zelfs op dat zij het enige zijn wat er te zien valt. 

We weten allemaal dat wanneer we midden in een aanval, een depressie of een angst zitten of we voelen pijn dat dit het enige is wat werkelijk lijkt te zijn. Wanneer we in de wereld betrokken zijn bij een of andere situatie waarvan we denken dat die belangrijk is dan kunnen we het licht dat in de denkgeest schijnt, niet waarnemen. De wolken van de wereld vragen al onze aandacht. Ze zijn een krachtig afleidingsmanoeuvre, wat natuurlijk het doel ervan is. God lijkt dan een grote mythe, een onbestaand iets, Jezus een niet bestaand wezen en vergeving absoluut onmogelijk. Er is niemand in deze wereld die dit niet herkent en iedereen weet hoe dit voelt want het is de reden waarom we hier zijn. Van zodra we de wolken als de enige realiteit zijn gaan zien hebben we geen enkele poging meer gedaan eraan voorbij te zien omdat we over geen enkele aanwijzing beschikten dat er iets anders zou zijn. Dit is precies het doel van de wolken van schuld, geprojecteerd als de wolken van lichamelijke problemen en zorgen die de denkgeest verbergen. Anderzijds is het doel van het werkboek en van Een Cursus in Wonderen om ons eraan te herinneren dat er inderdaad een licht schijnt in onze denkgeest en dat er een andere weg is, dat er iets anders dan schuld is in onze denkgeest.

maandag 6 november 2017

Dag 16 van de reis door het werkboek van Een Cursus in Wonderen

De eerste 50 lessen

In zekere zin kunnen we zeggen dat de eerste 50 lessen van het werkboek gelijk zijn aan de vijftig principes van wonderen waarmee het tekstboek begint. Beide zijn een sterke inleiding op het vervolg. De 50 wonderprincipes beschrijven op een bondige manier de kenmerken van een wonder, hoe en waarom ze werken en zijn het zaad voor de rest van de tekst. Op dezelfde manier kunnen we spreken dat de eerste vijftig lessen het zaad bevat waardoor de volgende lessen verder tot bloei komen.
In deze eerste 50 lessen, die de basistheorie weerspiegelen, vinden we een prachtige samenvatting van Een Cursus in Wonderen zelf terug. Op het metafysische niveau leren deze lessen ons dat de wereld een illusie is en niets meer dan een gedachte die de afgescheiden denkgeest niet heeft verlaten. In deze lessen wordt het doel van het denksysteem van het ego beschreven dat door aanvalsgedachten zichzelf probeert te behouden, maar ook hoe we door vergeving dit denksysteem ongedaan kunnen maken. Uiteindelijk vertellen de lessen ons wat het betekent een leraar van God te zijn, een instrument van het licht van de Hemel dat door ons straalt.
Onze ware realiteit en identiteit als Christus, ons ware Zelf is de uitbreiding van de Liefde van God. In de droom van de afscheiding is de herinnering aan Gods Liefde en ons Zelf nog steeds aanwezig al wordt deze herinnering geblokkeerd door het denksysteem van het ego. De herinnering aan deze Liefde wordt vertegenwoordigd door de Heilige Geest en Zijn Verzoeningsprincipe. Het ego stelt zich tegen deze Gedachte op door wolken van illusie en schuld te vormen. Zij vullen onze denkgeest met aanvalsgedachten die de Stem lijken te overstemmen, de Stem die ons eraan herinnert dat het licht van Christus nog steeds in ons schijnt.
Om zich ervan te verzekeren dat de keuzemaker nooit zou kiezen voor de Heilige Geest en bij het ego blijft, verplaatst het ego, door middel van projectie, zijn denksysteem van zonde, schuld en angst naar de wereld. De wereld wordt zo niets meer dan de ‘schilderachtige vertegenwoordiging’ van de aanvalsgedachten van schuld en wraak. (Wd1. 23. 3:2)
Wanneer we herkennen dat er ‘een andere manier’ is, dat er twee keuzemogelijkheden in de denkgeest zijn in plaats van één en we voor de Heilige Geest kunnen kiezen zullen we naar de wereld kijken die, in plaats van een gevangenis, nu getransformeerd is naar een leerschool, een leerschool waarin we zowel de lessen van vergeving leren als onderwijzen.

Alhoewel de term ‘leraar van God’ niet voorkomt in het werkboek - enkel in het Handboek voor Leraren - is dat wel het geval voor het concept van een leraar van God. Les 37 - Mijn heiligheid zegent de wereld -  is een mooie omschrijving van wat het betekent een leraar van God te zijn. Wanneer we de blokkade in onze denkgeest verwijderen schijnt het liefdevolle licht van Jezus of de Heilige Geest door ons en wordt door deze keuze van de denkgeest de wereld met deze heiligheid gezegend.
(wordt vervolgd)

zaterdag 4 november 2017

Dag 15 van de reis door het werkboek van een cursus in wonderen

De theorie achter te lessen

Vooraleer aan de lessen te beginnen is het handig een basis te hebben in de theorie waarop het werkboek steunt. Het theoretische kader die in het werkboek weerspiegeld wordt is dat de Liefde van God in onze denkgeest aanwezig is, maar dat deze Liefde verborgen wordt door het denksysteem van het ego. Het enige wat ons dus te doen staat is het verwijderen van deze belemmering. Zoals een les het verwoordt: ‘Jouw aandeel bestaat er eenvoudig in dat je alle belemmeringen die jij tussen de Zoon en God de Vader geplaatst hebt, rustig en voor eeuwig laat wegnemen’ (W. d1. 189. 8:3). Met andere woorden de focus van de Cursus is niet gericht op God of op het vinden van liefde, maar op het verwijderen van wat deze liefde blokkeert en het werkboek is er speciaal op gericht ons hierin te helpen.

Verschillende lessen stellen ons ego-zelf tegenover ons ware Zelf, onze ware Identiteit als Christus. De eenheid van Vader en Zoon is de waarheid (die de Hemel is). Er wordt in het werkboek maar weinig gesproken hoe de afscheiding is begonnen, dit is meer het geval in de tekst. Het volstaat om te zeggen dat wij als gevolg van de afscheidingsgedachte ons hebben afgescheiden van onze Bron en ons ware Zelf en dat deze gedachte geboorte gaf aan een geloof van een afgescheiden denkgeest.

In Een Cursus in Wonderen wordt de Heilige Geest omschreven als de Stem die spreekt namens God, de herinnering die bij ons is gebleven in onze droom en die ons terugroept naar wie we als Christus zijn. De basisboodschap van de Heilige Geest, die optreedt als onze Leraar, is vergeving. Dit bereikt zijn hoogtepunt in de werkelijke wereld. Wanneer het leek dat de Zoon van God in slaap viel waren er twee stemmen die tot hem spraken. De eerste was het egodenken van afscheiding. Dit wordt beantwoord (tweede Stem) door het Verzoeningsprincipe van de Heilige Geest dat zegt dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden. Door de keuze te geloven in de leugens van het ego, proberen we deze Stem toe te dekken door middel van het egodenksysteem van aanval.

In de eerste lessen refereert Jezus aan deze aanvalsgedachten van het ego als betekenisloos, terwijl de vergevingsgedachte van de Heilige Geest de enige gedachte is die binnen deze droom van belang is. Deze begrippen spelen een belangrijke rol in de Cursus en ook al worden ze niet als dusdanig vermeld wordt er wel overal indirect naar verwezen: het deel van de gespleten denkgeest dat moet kiezen tussen deze twee stemmen. We verwijzen hier altijd naar onder de naam ‘keuzemaker’.
Een van de kernideeën, vooral in de eerste werkboeklessen, is de relatie tussen deze twee denksystemen enerzijds en de wereld anderzijds. Aanvalsgedachten, geprojecteerd uit de denkgeest geven gestalte aan de wereld die we ervaren als een gevangenis. Drie woorden die op de voorgrond treden in het werkboek, maar ook in de tekst en die onze ervaring in de fysieke wereld omschrijven zijn: duisternis, pijn en dood. In deze wereld, die als leerschool wordt gezien, weerspiegelt de Verzoeningsgedachte van de Heilige Geest het licht van Zijn Aanwezigheid. De wereld, met als doel om ons uit de droom te helpen ontwaken, wordt hiermee een plaats van vrede en geluk.

Een principe in Een Cursus in Wonderen die absoluut essentieel is om te begrijpen, is dat er geen verschil is tussen wat er in de wereld is en wat in de denkgeest is, de wereld weerspiegelt eenvoudig de gedachten van de denkgeest. De belangrijke les: ‘Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt.’ (W. d1. 15) beschrijft hoe de beelden die wij in de wereld waarnemen en ervaren voortkomen uit onze gedachten. De beelden en de gedachten zijn een en hetzelfde. Krishnamurti gebruikte dit idee als de hoeksteen van zijn onderricht: het waargenomene en de waarnemer zijn één, wat buiten ons lijkt te zijn is hetzelfde van wat in ons is.

De illusie van de wereld is dat er een verschil is, dat de wereld buiten ons afgezonderd is van ons. Wanneer je de eerste lessen zorgvuldig leest kan je de metafysica van de Cursus duidelijk herkennen. Op het eerste zicht lijken deze lessen simpel te zijn, maar niets is minder waar.

Jezus maakt ons in het werkboek duidelijk dat het niet nodig is dat we iets van wat hij zegt zouden begrijpen. Het enige wat hij vraagt is dat we doen wat hij vraagt, niet noodzakelijk dat we hem geloven. Naarmate we verder vorderen in ons werk met de Cursus zullen we, na het aantal keren lezen van het werkboek de metafysische wijsheid in deze eerste lessen terugvinden, met name dat onze innerlijke en onze uiterlijke wereld een en dezelfde zijn. In het algemeen is het nog zo dat onze focus gericht is op het veranderen van alles wat wij buiten ons waarnemen. We geloven dat er werkelijk mensen buiten ons zijn die we moeten vergeven. In werkelijkheid is wat wij buiten ons waarnemen niets anders dan een afgescheiden gedachte in onze denkgeest. Dit betekent dat we uiteindelijk onszelf vergeven, een ander belangrijk themapunt van de Cursus. Gezien we echter geloven dat we afgescheiden lichamen zijn in relatie tot andere afgescheiden lichamen moeten we bij deze ervaring beginnen. De Cursus is daarom ook op deze manier geschreven, inclusief hoe de Heilige Geest en God afgescheiden entiteiten zijn die voor ons dingen doen. Gezien wij gelijk staan aan kleine kinderen die het verschil tussen realiteit en illusie niet begrijpen, vraagt Jezus ons niet dat wij zijn niveau van kennis delen. Hij onderricht ons vanaf zijn begripsniveau, maar zijn onderricht komt in een vorm die aanvaardbaar is voor ons die geloven een lichaam te zijn.

Het is pas wanneer we zullen begrijpen dat er geen verschil is tussen de uiterlijke en de innerlijke wereld, tussen lichaam en geest, dat we ook zullen begrijpen dat het vergeven van iemand die we buiten onszelf waarnemen in feite het vergeven is van onszelf, van een deel in onze denkgeest waarvan we ons niet bewust zijn.

De motivatie van het werkboek bestaat er in onze denkgeest te trainen zodat we kunnen begrijpen dat we een keuzemakende denkgeest hebben. Wat wij zien als onze gedachten zijn helemaal onze gedachten niet (zie les 45). De gedachten die wij denken te denken zijn niet onze werkelijke gedachten. Dit is omdat de gedachten die we denken te denken afkomstig zijn uit ons brein, een deel van ons lichaam en daarom zijn er in werkelijkheid geen gedachten.
Er zijn slechts twee echte gedachten: de schuldgedachte van het ego, die ook de gedachte van zonde en aanval bevat en de gedachte van vergeving van de Heilige Geest. Andere zijn er niet.
Daarom hebben we een spiritualiteit nodig die ons eraan herinnert dat wat wij buiten onszelf waarnemen een weerspiegeling is of een projectie van wat in ons is. Met dit begrip keert onze focus terug naar de denkgeest om ons daar bewust te worden dat we de keuze hebben tussen twee denksystemen of leraren. We hebben deze mindtraining nodig omdat we de waarheden, die de Cursus duidelijk uitspreekt, vergeten zijn.

Dit houdt ook onze aanvalsgedachten in die als uiterlijke aanvalsgedachten geprojecteerd worden. Deze geestesinhoud is dat we geloven dat we God aangevallen hebben, dat Hij een tegenoffensief heeft en ons op Zijn beurt wil aanvallen. Het ego heeft ons van deze krankzinnigheid overtuigd.
Freud kwam in begrip dichtbij wanneer hij stelde dat wat er bewust lijkt te zijn de projectie is van wat onbewust is, maar kwam nooit verder dan het brein en niet naar de denkgeest. De echte betekenis van het onbewuste, zoals Een Cursus in Wonderen wil onderwijzen, is dat onbewuste gedachten met betrekking tot het lichaam niet het probleem zijn. Bijvoorbeeld, als kind is er iets ergs met ons gebeurd en wij willen hier nooit meer naar kijken dus wordt het onderdrukt. Het is nu dus in mijn ‘onbewuste’ dat telkens opnieuw eventjes aan de oppervlakte komt, maar ik weet niet waar dit vandaan komt. Dat is echter niet wat er echt gebeurd. Er zijn in de hersenen geen onbewuste gedachten. Wat wij ervaren als deze onaanvaardbare en beangstigende gedachten zijn enkel weerspiegelingen die hun oorsprong en vinden in de egogedachte dat wij God hebben aangevallen, Hem het leven hebben ontnomen, Hem voor dood hebben achtergelaten en daarbij onszelf verheven hebben op Zijn plaats. Maar Hij zal ons zeker vinden en zelfs krijgen. Het is deze gruwelijke gedachte – die volkomen buiten ons bewustzijn is - die de echte betekenis is van het onbewuste.

Daarom hebben velen zo’n probleem met het denksysteem van de Cursus over het ego en het ongedaan maken ervan door de Heilige Geest. Onbewust zijn we doodsbang dat als we het onderricht van Jezus in de praktijk zullen brengen, onze aandacht de wereld van het lichaam zal verlaten en terug zal keren naar de geest waar de wraak van God woont. Dit helpt ons te begrijpen waarom er een wereld is: om een schuilplaats te bieden zodat onze waanzinnige Vader ons niet zal vinden. Met andere woorden, we moeten naar de werkelijke oorzaak van onze angst en pijn kijken: de keuze, door de denkgeest, voor schuld met als gevolg onze angst voor een God die ons zal vernietigen wanneer Hij ons ooit zal vinden, een schuldgevoel dat zegt dat wij het verdienen om vernietigd te worden voor het verschrikkelijke en zondige dat we gedaan hebben.

Het ego is niet stom. Het is de bedenker van het idee dat we God hebben aangevallen. Hierdoor zijn we zo bang geworden voor de Aanwezigheid van de Heilige Geest dat we een wereld zijn binnengelopen en geloven dat we werkelijk in een lichaam zijn. Het doel hiervan is niet zozeer om ons weg te houden van onze schuld, want schuld is een illusie (het Verzoeningsprincipe: geen afscheiding, geen zonde, geen schuld). Het ware doel van het ego is om ons weg te houden uit de denkgeest waar we kunnen kiezen voor de Heilige Geest als onze Leraar. Daarom legt Jezus zo de nadruk op het ontplooien van onze relatie met de Heilige Geest en te leren dat Hij onze enige Vriend is, die ons liefheeft, troost brengt en ons bemoedigd. Dit zet de vergissing dat de Heilige Geest onze vijand zou zijn, recht. De waanzin van het ego heeft ons er echter toe geleid Zijn liefdevolle Aanwezigheid in onze denkgeest te ontkennen waardoor Zijn plaats ingenomen werd door de wraak van God.

Zolang we blijven geloven dat we God hebben aangevallen en Zijn schat hebben gestolen, zullen we blijven geloven dat Hij ons zal straffen. Op zijn beurt zal iedereen die God vertegenwoordigt, gezien worden als een vijand of we nu spreken van de Heilige Geest, Jezus of Een Cursus in Wonderen. Wie die man die tweeduizend jaar geleden, beter bekend als Jezus, ook mag geweest zijn, we kunnen het ontstaan van de mythe rond de kruisiging beter begrijpen door de lens van Een Cursus in Wonderen en waarom dat, wat alleen maar een liefdevolle boodschap was, met hem werd gekruisigd. Onze wereld werd dus een rookgordijn die de schuld verstopt: de wereld die je ziet is het waansysteem van hen die gek geworden zijn van schuld. (T. 13. Inl. 2:2)

(wordt vervolgd)